Nabokov Herlezen (#1): ‘Geestendom’

Blogger Jim Tierney heeft bij wijze van hobby-projectje een aantal illustraties gemaakt bij korte verhalen van Nabokov.

Over Nabokovs eerste gepubliceerde verhaal schreef ik vorige week in De Morgen dat het een ‘kinderlijk sprookje’ is, ‘mislukt eigenlijk’.

Misschien moet ik dat op deze plek wat nader toelichten. Want waar gaat ‘Geestendom’ (‘The Wood-Sprite’) uit 1921 over? Een uit Rusland verjaagde bosgeest raakt verzeild in Berlijn bij de verteller van het verhaal (een schrijver? hij heeft een inktpot op tafel staan, waarover later meer). Vanaf dat moment gebeurt er eigenlijk niets: de bosgeest gaat zitten en begint over zijn ervaringen te vertellen, en dan ineens is hij weg. Heeft de schrijver gehallucineerd?

Inderdaad wel een erg dun verhaaltje. Dun is ook de symboliek: de bosgeest staat natuurlijk voor bloei, voor de levendigheid van het oude Rusland, en sinds de Revolutie is er alleen nog maar dood en verderf – er worden complete wouden gekapt. Wouden, mensenmassa’s, voelt u ‘m? Het ligt er allemaal nogal dik bovenop, vooral ook dat expliciete treuren om het verloren vaderland.

Maar zelfs in dit zeer vroege verhaaltje zie je embryonale aspecten van Nabokovs latere stijl. Zijn gevoeligheid voor kleur, bijvoorbeeld. Groen is bij Nabokov nooit zomaar groen, maar (in dit verhaal): ‘rookgroen’ of ‘sappig-groen’, grijs is niet grijs maar ‘mosgrijs’, zilver niet zilver maar ‘bleek-zilver’, rood niet rood maar ‘bessenrood’.

Leuk is ook dat de bosgeest de verteller vroeger weleens in het bos heeft aangetroffen, ‘jij en een wit jurkje’. Een mooie synecdoche – een stijlfiguur die Nabokov later ook veelvuldig zal toepassen. Kortom, zelfs hier valt iets te halen.

Nog even over die inktpot. Het verhaal begint ermee: ‘Ik trok nadenkend met de pen de ronde trillende schaduw van mijn inktpot na.’

Die zin doet mij nu, bij herlezing, denken aan een verhaal van de hedendaagse Russische schrijver Michaïl Sjisjkin. Eind vorig jaar traden we samen op tijdens een avond gewijd aan korte verhalen, in Brussel. Sjisjkin las in het Russisch, op een scherm achter hem werd een Engelse vertaling geprojecteerd.

Het verhaal dat hij voordroeg heette ‘Nabokovs inktpot’. Een autobiografische tekst die zich zo ongeveer halverwege de jaren negentig afspeelt. De schrijver is in Zwitserland verzeild geraakt, leeft in armoede, kan geen cadeautjes kopen voor zijn vrouw en kind, die beide binnenkort jarig zijn.

Hij neemt een klus aan als tolk voor een rijke Rus die Zwitserland bezoekt. De man, Kovaljov geheten, is een walgelijk nouveau riche-type,  de schrijver kent hem bovendien van vroeger, toen Kovaljov een hoge positie bekleedde binnen de communistische jongerenorganisatie Komsomol. Zo’n figuur die met alle winden meewaait, communisme of kapitalisme, het maakt niet uit. Nu wil Kovaljov Montreux bezoeken, specifieker: het Montreux Palace-hotel, om daar te overnachten in de kamer die Nabokov huurde in de laatste jaren van zijn leven.

‘De voorkeur,’ zegt de schrijver, ‘van mijn oude kennis voor Nabokov rijmde niet met zijn Komsomol-verleden en ook niet met zijn heden als zakenman. […] Destijds, in onze jonge jaren, gaven we Nabokov stiekem aan elkaar door. We voelden ons een door barbaren vervolgde sekte, en zijn boeken waren onze geheime schat. Bij Nabokov liep toen de grens tussen ons en de anderen. Kovaljov was een van de anderen. En nu nam hij me mee naar Montreux.’

De hotelkamer bevalt niet. ‘Hoe heeft hij het hier kunnen uithouden?’ verzucht Kovaljov. De schrijver vervolgt zijn verschrikkelijke relaas: ‘Er hingen oude foto’s van Nabokov aan de wanden, en Kovaljov wilde elke foto opnieuw in scène zetten. [Hij] wilde ook per se achter Nabokovs bureau gefotografeerd worden. Voor het eerst dacht ik: wat goed dat hij dood is.’

Kortom: de schrijver moet met lede ogen aanzien hoe een proleet datgene bezoedelt wat voor hem heilig is.

Lees dat verhaal, het is prachtig en het is schrijnend.

Tot slot: wat vindt u van Nabokovs ‘Geestendom’? Discussieer mee. Ik zit  op Twitter, zullen we daar #NabokovHerlezen gebruiken? Ik zit niet op Facebook, maar ik kan er wel op gluren – zelfde hashtag? Een ouderwetse mail sturen kan natuurlijk ook. Reacties op deze site plaatsen kan niet – de hoeveelheid deuken die mijn vertrouwen in de mensheid bereid is op te lopen, is beperkt, namelijk. Tot volgende week!