Trouw over ‘Een honger’: ‘prestatie van formaat’

Hartekreet van de intellectueel

Geslaagde, veelvormige en relevante ideeënroman over de jacht op pedofielen2015-05-23-Trouw-over-EenHonger‘Een honger’, de vierde roman van Jamal Ouariachi (1978), is in weerwil van de titel een rijk gevulde roman, vol ideeën, vorm, perspectieven en ook gevuld in kwantitatieve zin, bijna 600 pagina’s. Een boek met een duidelijk thema, de heksenjacht op pedofielen, maar vanuit verschillende gezichtspunten verteld.

Alexander Laszlo, in de jaren vijftig uit Hongarije naar Nederland gevlucht, begeeft zich in de ontwikkelingshulp. In Ethiopië ontmoet hij Aurélie Lindeboom, zijn initiaalgenoot, meer dan vijfentwintig jaar jonger maar natuurlijk krijgen ze wat. Laszlo heeft een stuk of wat Ethiopische kinderen geadopteerd van wie er later een met het verhaal komt dat hij misbruikt zou zijn door zijn adoptievader. Gevolg: de reputatie van meneer Laszlo met zijn welgevormde ideeën is naar de vaantjes.

Tien jaar later zoekt Laszlo weer contact met Aurélie, inmiddels getrouwd en redacteur bij een DWDD-achtig programma, met de vraag of ze zijn levensgeschiedenis wil schrijven. Aurélie stemt, ondanks haar afkeer van Laszlo’s pedofiele praktijken, toe. Dat ongeveer is de motor van het verhaal, maar Ouariachi heeft er voor gekozen het op te peppen met een veelheid aan literaire trucs: wisselende vertelstandpunten, Aurélie toen en nu, Laszlo toen en nu, ik-perspectief, hij-perspectief, alwetende verteller, flarden dagboek, gedichten, ja zelfs een hele zwik pastiches op bekende auteurs als Remco Campert, Vladimir Nabokov, Philip Roth, Arnon Grunberg, etcetera. Waarom hij het zware thema zo opzichtig literair aanzet? Ik vermoed dat het voorbeeld van Multatuli’s ‘Max Havelaar’ hem voor ogen stond: een belangrijk maatschappelijk thema, aan de man gebracht met een kleurrijk, afwisselend palet.

De meeste indruk maakt hij met de essayistische passages waarin Laszlo, die gebaseerd is op de Nobelprijswinnaar en veroordeelde pedoseksueel Daniel Carleton Gajdusek, de toegenomen seksuele bekrompenheid in Nederland aan de kaak stelt en pleit voor een vrijere moraal, waarin pedofilie, in haar oorspronkelijke betekenis van liefde voor kinderen, niet categorisch gelijkstaat aan de schandelijkste criminaliteit: “Ik zie talloze kleine kinderen die voor de rest van hun leven een trauma krijgen aangepraat door ouders die zo bang zijn voor seks dat zelfs de angst voor terrorisme erbij verbleekt. Ik zie ons land veranderen in een hysterische Joop van den Ende-musical met de titel ANGST!!!, vol veelstemmig gekrijs en grotesk drama, theatrale gebaren en dolgedraaide retoriek. Nu in Carré!”

Je ontkomt er in deze roman niet aan partij te kiezen en dan houdt Laszlo mijns inziens ondanks zijn ongemakkelijke standpunt een redelijk overtuigend pleidooi. De door hemzelf gepleegde ‘wandaad’ stelt ook eigenlijk weinig voor, lijkt eerder een geval van uit de hand gelopen seksuele voorlichting. Maar de kern van de zaak die Ouariachi hier wil aankaarten is dat in Nederland de massa aan het woord is geraakt die de vrijheidsgedachte uit de jaren zestig en zeventig de nek om heeft gedraaid. Conclusie: “De gematigde intellectueel moet net zo hard schreeuwen als de domme massa. Harder nog.” Je zou ‘Een honger’ de cri de coeur van zo’n gematigde intellectueel kunnen noemen.

Toch is het ook weer geen standpuntenroman, daarvoor is de schrijver te veel psycholoog. Net als in zijn eerdere romans, met name ‘Vertedering’, duikt Ouariachi in de geest van een man met controversiële gedachten en praktijken en probeert ze te verklaren in plaats van ze blindelings te veroordelen.

Door alle literaire versiersels heeft zijn boek iets onevenwichtigs (dat geldt welbeschouwd trouwens ook voor ‘Max Havelaar’!) maar het is al met al toch een prestatie van formaat met, anders dan in het gros van de vaderlandse letteren, interessante en relevante gedachtengangen over een bijzonder heikel onderwerp.

Rob Schouten