‘Bladgoud’ in De Standaard

20160827 DS Bladgoud

Voor de zomerrubriek Bladgoud vroeg De Standaard aan acht ‘internationale pennen’ om een essay te schrijven over een ‘onontkoombaar boek’.

Mijn bijdrage, over Een telkens nieuwe Oudheid van David Rijser,  verscheen dit weekend in de krant, hier te lezen via Blendle, of klik op bovenstaand plaatje en zoom in.

Lowlands & Zin In Zomer

logo_barbaard_highressEr staan wat zomeroptredens in de planning.

Op zondag 21 augustus neem ik deel aan het programma “Barbaard” op het Lowlands-festival. Gepresenteerd door Andy Fierens en verder met: Hans Bogaert, Dez Mona (in duobezetting), Delphine Lecompte en Bram van der Velde. Meer informatie en tickets: hier.

Op dinsdag 23 augustus ga ik in gesprek met Annabelle van Nieuwenhuyse in het kader van het Zin In Zomer-festival in Sint-Truiden, België. Muziek is er van Kris Dane. Meer informatie: hier. (Volgens de website is de avond uitverkocht, maar wie weet valt er nog wat te proberen…)

Zomerverhaal ‘De Brug’ in De Morgen

Speciaal voor de bijlage “Zomeruur” van De Morgen schreef ik het verhaal ‘De Brug’.

‘Ook ’s nachts stonden er nu files tussen Noord en Zuid, en daarmee kwam de tunnel in het vizier van criminelen. Automobilisten werden in hun slaap overvallen door dieven. Verkrachters vierden de rechteloosheid. Daklozen en junks namen hun toevlucht tot de tunnel omdat het er altijd warm en nooit eenzaam was.’

>> Deel Een

20160806 DM zomerverhaal De Brug 01

>> Deel Twee

20160806 DM zomerverhaal De Brug 02

Sociaal

Nee, ik ben niet dood of terminaal ziek en ook niet depressief of suïcidaal. Ik ben gewoon gestopt met Facebook en Twitter, dat is alles. Uit walging en verveling. Vanwege de voorspelbaarheid, zowel van mijn eigen teksten als van andermans reacties. Vanwege de rek die eruit is, uit die sociale media. Tijd voor iets nieuws. Wat, dat zal de toekomst uitwijzen.

Leuke roddels, filmpjes, discussiepunten en persoonlijke ontboezemingen kunt u nog altijd met mij delen op het vertrouwde e-mailadres jamalouariachi[at]gmail.com. Een brief schrijven kan ook, graag zelfs. Als u niet over mijn huisadres beschikt, kunt u uw epistel aan mijn uitgever zenden. Daar weten ze er wel raad mee.

 

Nooit meer slapen: 5. Opsluiten

Deze week ben ik elke nacht een paar minuutjes te horen in VPRO’s Nooit Meer Slapen om een kort verhaal voor te dragen, geïnspireerd door de actualiteit. Elke werknacht na het journaal van 01:00 uur, op Radio 1. Na de uitzending vindt u het verhaal hier terug.

Opsluiten
Willem Bilderdijk (1756-1831)
Willem Bilderdijk steunt heel bescheiden met zijn elleboog op het in wit leder gebonden boekwerk van zijn collega Homerus. Ik stond te kijken naar dit portret, geschilderd door Charles Howard Hodges, het hangt in het Rijksmuseum, toen naast mij een vrouw tegen haar dochter opmerkte dat de figuur op het schilderij sprekend leek op Chriet Titulaer. Ik schoot in de lach, het klopte, de gelijkenis was treffend, alleen moest Bilderdijk het zonder dat salafistische baardje van Titulaer doen, al gaven zijn pronte bakkebaarden daar wel een aanzet toe. Ja, de vrouw had gelijk, maar ik kan nu nooit meer naar een afbeelding van Bilderdijk kijken, ik kan zelfs zijn náám niet meer horen, geen gedicht meer van hem lezen, zonder aan Chriet Titulaer te denken.

De NTR zond een documentaire uit over Astrid Roemer. Zo iemand zouden ze geen literaire prijs moet geven maar medicatie. Of gewoon meteen maar opsluiten in een inrichting, soms moet je de paranoia bevestigen om haar te ontkrachten. Overigens geldt het voor heel wat schrijvers dat je ze beter op kunt sluiten (Bilderdijk had last van ‘gonzingen in het hoofd’) en ik wil mezelf niet uitsluiten van die bewering. Soms droom ik ervan. Het moet heerlijk zijn, opgesloten worden.

Je nergens meer zorgen over maken, je kunt klagen over het eten, maar er kómt tenminste eten en je hoeft het niet zelf te bereiden. Je kunt klagen over de gesloten deur van de isolatiecel maar je hoeft niet bang te zijn voor inbrekers. Het kan pijnlijk zijn dat zoveel vrienden het nalaten om langs te komen, maar je weet dan tenminste wel dat zij je echte vrienden niet zijn.

 

 

 

Nooit meer slapen: 4. Elitair

Deze week ben ik elke nacht een paar minuutjes te horen in VPRO’s Nooit Meer Slapen om een kort verhaal voor te dragen, geïnspireerd door de actualiteit. Elke werknacht na het journaal van 01:00 uur, op Radio 1. Na de uitzending vindt u het verhaal hier terug.

Elitair
Ik woon in Amsterdam, om de hoek van de grachtengordel. Veel van mijn vrienden zijn hoogopgeleid, zijn werkzaam in de culturele sector. En toch, toch is het slechts met de grootste omzichtigheid dat ik mensen durf te vertellen over het leesclubje waar ik sinds een maand of twee deel van uitmaak, onder leiding van mijn vroegere leraar Oud-Grieks, elke donderdag, eind van de middag, borreltje erbij. Momenteel lezen we de Odyssee van Homerus. In het Grieks, ja.

Iedereen die ik hierover vertel vindt dit van een stuitend elitarisme. En elitair zijn in 2016 is ongeveer even erg als het was om communist te zijn in de Verenigde Staten van de jaren vijftig, tijdens de heksenjachten van senator McCarthy.

Elite suggereert ontoegankelijkheid, exclusiviteit, maar iedereen die wil, kan gewoon een kaartje voor het theater kopen, voor het concertgebouw, voor het museum. Iedereen kan een boek lezen of zich opgeven voor een cursus Oud-Grieks. Maar voor al die dingen moet je wel een beetje je best doen, het lef tonen om je grenzen te verleggen. Veel makkelijker is het om te zwelgen in je beperkingen.

Gelukkig is het sinds onze nieuwe Bevrijdingsdag, 6 mei 2002, hartstikke oké om te spugen op de linkse grachtengordel-elite. Onze minister-president danste afgelopen weekend Me So Horny tijdens een concert van De Toppers in die eeuwige jacht van de politicus op stemmen, ongeacht van wie, als een hoer voor wie elke klant gelijk is als hij maar betaalt. Juichend viert Mark Rutte de dood van de elite.

En daarmee krijgt het bijna iets illegaals, zoals ik hier zit te preken voor eigen parochie, in een veel te elitair radioprogramma, heimelijk weggestopt na middernacht, arbeidsvitaminen voor slapeloze intellectuelen. Landgenoten, U luistert naar Radio Oranje.

Nooit meer slapen: 3. Vergeten

Deze week ben ik elke nacht een paar minuutjes te horen in VPRO’s Nooit Meer Slapen om een kort verhaal voor te dragen, geïnspireerd door de actualiteit. Elke werknacht na het journaal van 01:00 uur, op Radio 1. Na de uitzending vindt u het verhaal hier terug.

Vergeten
In de veertig jaar sinds het verschijnen van de film Taxi Driver is hoofdrolspeler Robert De Niro elke dag wel een keer op straat door iemand aangesproken met de woorden: ‘You talkin’ to me?’ Elke dag, veertig jaar lang. Dat is 14.610 keer ‘You talkin’ to me?’, schrikkeljaren meegerekend.

Hoe ziet dat eruit in het hoofd van De Niro? Ik stel me zo voor dat hij zich een paar specifieke ontmoetingen kan herinneren, maar dat de rest is samengesmolten tot één enkele ontmoeting.

Een beetje zoals je je zonder meer de eerste keer herinnert dat je met iemand naar bed ging, omdat het de eerste keer was. Dat je de keren daarna onthoudt, is minder vanzelfsprekend. Als ik door oude dagboeken blader kom ik weleens een naam tegen waarvan ik denk: echt? Met die? Of: wie?

In het verhaal ‘Funes de allesonthouder’ beschrijft de Argentijnse auteur Borges een jongeman die niet in staat is te vergeten. Hij is verlamd en brengt het grootste deel van zijn tijd door in een donkere kamer, om zichzelf tegen al te veel nieuwe indrukken te beschermen, want elke indruk beklijft. Het lastige is: zijn herinneringen klonteren niet samen tot één algemeen begrip. Borges schrijft: ‘Het zat hem dwars dat de hond van drie uur veertien (van opzij gezien) dezelfde naam had als de hond van vier uur drie (van voren gezien).’

En verderop staat: ‘Denken is verschillen vergeten.’

Ik ben vergeten of Robert De Niro in zijn hoedanigheid van Travis Bickle nou zelfmoord pleegt op het einde van Taxi Driver of dat-ie door anderen wordt neergeschoten. Toch weer eens kijken, die film.

Nooit meer slapen: 2. Voordeel

Deze week ben ik elke nacht een paar minuutjes te horen in VPRO’s Nooit Meer Slapen om een kort verhaal voor te dragen, geïnspireerd door de actualiteit. Elke werknacht na het journaal van 01:00 uur, op Radio 1. De volgende ochtend vindt u het verhaal hier terug.

Voordeel
Voor het eerst na langen tijd komen berichten van belang over den strijd tusschen Italianen en Oostenrijkers in het Alpenland, waar de oorlog nu ongeveer een jaar voortduurt zonder den aanvallers eenig direkt voordeel te hebben opgeleverd.

Dit lees ik in de krant Het volk van 17 mei 1916. De woorden komen onthutsend eerlijk op me over. Nederland nam geen deel aan wat toen nog gewoon De Oorlog heette, zonder Eerste en zonder Wereld ervoor, en het zou nog vierentwintig jaar duren voor de Twééde Wereldoorlog een aanvang nam. Oorlog hoefde nog niet aangekleed te worden met ideologische taal, met goed en kwaad. Oorlog was een strijd die partijen, al of niet, directe dan wel indirecte voordelen opleverde.

Honderd jaar later lig ik op de bank te peinzen over deze woorden: is het goed dat ze niet zo hypocriet zijn?

En toch. Ook de nuchtere zakelijkheid van deze taal is verhullend. Voordelen. Het is de taal van de strategen die over een stafkaart gebogen staan en grensverschuivingen toejuichen of betreuren. Een taal die de uiteengereten lijken verhult.

Afgelopen weekend las ik een reportage over Bagdad anno 2016. De hoofdstad van het land dat een dik decennium geleden werd binnengevallen omdat Saddam ‘evil’ zou zijn. Geen woord sprak George W. Bush over voordelen voor de Verenigde Staten, direct of indirect. Nu, in Bagdad, vertelt een handelaar in verhullende vrouwenkleding dat de zaken goed gaan. Er is een prachtige nieuwe afzetmarkt in Mosul, waar IS heerst en waar de vraag naar alles-behalve-de-ogen-bedekkende nikabs zodoende groot en prangend is.