Roots

Zo, nu de eerste golf interviews naar aanleiding van De Vernietiging van Prosper Morèl achter de rug is, heb ik gelegenheid om de balans op te maken. Eén onderwerp blijkt de dames en heren interviewers telkens weer te intrigeren: mijn Marokkaanse afkomst. Yep, we hebben een unique selling point te pakken, hoor… En weet u: ik vind ze helemaal niet zo vreemd of storend, die vragen. Men wil het onbekende debutantje wat beter leren kennen, dus vertelt u maar, mijnheer Ouariachi, hoe was dat vroeger bij u thuis? Maar toch wringt er iets.

De Amerikaanse A&O-psycholoog Bernardo Ferdman deed in 1989 een interessant onderzoek naar ‘disidentificatie’, het fenomeen waarbij mensen hun verbondenheid met een groep minimaliseren. Op video werd een Hispanic manager van een bedrijf geïnterviewd. In één variant van de video sprak deze man slechts over zijn eigen persoon, zonder zijn etniciteit te vermelden. In een andere variant beschreef hij hoe belangrijk zijn groepsidentiteit was en vermeldde hij dat hij betrokken was bij diverse Hispanic-organisaties. Deelnemers aan het onderzoek die de eerste video zagen, uitten een negatiever oordeel over de man dan deelnemers die de tweede variant bekeken.

Conclusie: wie de eigen (etnische) groep verloochent, hoeft op weinig sympathie te rekenen.

Laat dat nu ook mijn eigen ervaring zijn. Het azijnpissersochtendblad de Volkskrant vond het nodig om mijn roman te laten recenseren door een of andere kuttekop die als correspondente in Marokko werkt. ‘Marokkaanse schrijver – weet je wat: we sturen er een Marokko-kenner op af,’ zullen ze bij de Volkskrant wel gedacht hebben. ‘Etnisch recenseren’, noemde übertwitteraar @ANanninga dit geintje treffend. Het zal voor de ‘recensente’ in kwestie dan ook een stevige teleurstelling zijn geweest dat er in de roman amper een Marokkaan voorkomt. En of het nu teleurstelling was, of het volstrekte onvermogen om een boek te lezen: deze dame vermeldde in haar recensie geen van de belangrijkste verhaalelementen (wolkenkrabber, zelfmoord), maar bracht de complete, 480 pagina’s tellende handeling terug tot één woord: midlife crisis. Laat dat nu net zijn waar Prosper Morèl niet aan lijdt, dat staat zelfs in het boek te lezen, maar Greta Riemersma was blijkbaar zo etnisch verblind, dat ze het boek niet meer kon lezen voor wat het was.

Een ander voorbeeld. Naar aanleiding van een interview met ondergetekende in het radioprogramma Kunststof schreef een reagerende luisteraar: “raar hoor: zodra er iets wordt gevraagd wat raakt aan (half)-Marokkaans zijn ‘kijkt’ Jamal O., de gast, ijlings weg. Dat kun je horen. Daar wil hij gaarne overheen walsen. Terwijl het in dit boek-verband nogal belangrijk is, en trouwens in mensen-verband ook. U hoeft zich er echt niet voor te schamen, beste Jamal!”

Nu heeft mijn boek, zoals gezegd, geen moer met Marokko te maken. En trouwens: is het geen enorme onderschatting van de fantasie van de schrijver, te denken dat hij over niets anders dan zijn eigen kleine wereldje kan schrijven? En overigens ben ik ook nog wel benieuwd naar de bovennatuurlijke gaven waarover deze mevrouw beschikt, waarmee ze kan horen hoe ik kijk, en op basis daarvan mijn verdrongen zieleroerselen kan vaststellen.

Maar los daarvan moet ik vaststellen dat het blijkbaar on-mo-ge-lijk is om te bevatten dat mijn Marokkaanse achtergrond geen rol van betekenis speelt in mijn dagelijks leven, en dat ik toevallig ook nog interesses heb die verder reiken dan de helft van mijn genenpakket.

Weet u wat: laat ik de dames en heren etno-fascisten hun zin gewoon eens geven. Misschien dat ze het dan eens begrijpen. Ja, mensen: Jamal Ouariachi gaat op zoek naar zijn roots!

Hoe pakken we dat aan?

In de Verenigde Staten heb je zwarte Amerikanen die deelnemen aan georganiseerde groepsreisjes naar Afrika om op zoek te gaan naar hun ‘roots’. Nog even los van het feit dat Afrika een krankzinnig groot continent is waar ik-weet-niet-hoeveel verschillende culturen en etniciteiten door elkaar leven – hoezo roots? De slavernij werd in de VS tussen 1862 en 1865 afgeschaft, reken maar uit hoeveel generaties African Americans er sindsdien het levenslicht hebben gezien. De laatste die de slavernij nog heeft meegemaakt, ligt al vele decennia onder de groene zoden.

Hoe belachelijk die reisjes zijn, mag blijken uit het favoriete reisdoel: Ghana. Van daaruit werden veel slaven, ook uit omringende landen, naar de VS verscheept. De kans is dus groot dat die zwarte Amerikanen helemaal niet ‘oorspronkelijk’ uit Ghana afkomstig zijn. Maakt dat ze iets uit? Welnee! Zoals zo vaak gaat de menselijke fantasie vrolijk aan de haal met de realiteit.

Maar laten we voor de grap het voorbeeld van die black brothers eens volgen. Ik probeer mij het volgende voor te stellen: dat ik afreis naar Saudi-Arabië, en daar de stad Mekka bezoek, omdat dáár de wortels van de islam liggen, de islam die zich vanaf de zevende eeuw gestaag heeft uitgebreid over het Arabisch schiereiland en later Noord-Afrika, waar mijn voorouders ermee in aanraking zijn gekomen, en sindsdien onlosmakelijk verbonden zijn met de ‘broederschap’. (Je hoort Marokkanen hier in Nederland soms beweren dat zij in het Midden-Oosten conflict kiezen voor de kant van de Palestijnen, niet om rationele redenen, maar omdat de Palestijnen hun ‘broeders’ zijn, en de joden de vijand. De ironie is dat moslims, door hun gezamenlijke religie op te vatten als een bijna genetisch concept, meer lijken op joden dan ze zelf zouden willen toegeven.)

Terug naar mijn fantasietje. Daar sta ik, in Mekka. Nooit geweest. Spreek de taal niet. Mijn blanke huid verschrompelt onder de bloedhete zon. Weet geen enkel gebed te prevelen. Het ritueel geslachte schaap waar me een gebraden stuk van wordt aangeboden, moet ik als vegetariër beleefd weigeren.

Wat doe ik hier? Ik hoor hier niet. Dit is een farce. Ik wil naar huis.

Laat ik het op een andere manier proberen…

In mijn Marokkaanse familie komen blauwe ogen voor. Zou ’t zo kunnen zijn dat de Berbers die mijn voorvaderen zijn, zich in een grijs verleden hebben vermengd met Europeanen? Misschien tijdens de Moorse overheersing van het Iberisch Schiereiland al? Dan ben ik toch Europeser dan ik mij volgens sommige mensen zou mogen voordoen! Interesseert dat mij? Nee, geen reet. Word ik er een ander mens door als ik over die kennis beschik? Absoluut niet.

Het komt erop neer dat die zogenaamde ‘afkomst’ alleen iets betekent als je dat zelf maar heel graag wil. Want alle pogingen van de psychologie ten spijt om zich te profileren als ‘harde’ wetenschap die mag goochelen met genetica en evolutieleer, blijft het mijn stellige overtuiging dat een belangrijk deel van iemands identiteit bepaald wordt door de dingen die hij meemaakt, en niet alleen in dat beperkte kader van De Jeugd, nee, ook later in het leven.

Maar, waarde Jamal, heb je in je jeugd dan niets meegekregen van die Marokkaanse afkomst? Culturele verschillen tussen je ouders, bijvoorbeeld?

Nog even los van de impertinentie van die vraag – hoezo zou ik de vuile was van mijn gezin-van-herkomst buiten willen hangen? – is het ook een vraag waar ik niets mee kan. Als kind zijn je ouders niet: die Nederlandse en die Marokkaan. Nee, het zijn je moeder en vader.

Maar je verloochent je afkomst!

Lieve mensen, laat ik dan maar naar het botte middel grijpen.

Waarom denkt u dat al die Marokkanen in de jaren zestig en daarna naar Nederland gekomen zijn? Misschien omdat het onderwijs hier beter was, herstel: omdat er hier überhaupt onderwijs was voor iedereen? Misschien omdat je hier voor het uiten van een mening niet in de martelkamers van koning Hassan, de vader van de huidige koning, belandde? Misschien omdat je, als je Nederland binnen wilde komen, niet urenlang in de rij bij de douane hoefde te staan totdat je zo uitgeput was dat je die douanier in godsnaam maar een paar dirham en een pak Douwe Egberts-koffie gaf, zodat hij je – met op een briefje het adres van zijn familie waar je altijd welkom zou zijn! – onmiddellijk zou doorlaten, zoals dat in Marokko te doen gebruikelijk is? Ik noem maar een paar zijpaden… Marokko is (of liever gezegd: was, ik ben er al vele jaren niet geweest*) een verschrikkelijk land. Het is er droog, armoedig, smerig, corrupt, en om het allemaal nog een graadje erger te maken, is de gangbare godsdienst er de islam…

Moet ik mij dáármee verbonden voelen?

Nee, dank u. Ik houd het graag bij een bord cous-cous op z’n tijd, en een kom harira-soep tijdens de ramadan. Bereid door mijn Nederlandse moeder.

Jamal O. schaamt zich niet voor zijn afkomst. Hij weet deze echter op de juiste waarde te schatten, in tegenstelling tot kwezels die zulke magere identiteiten hebben dat ze die moeten ‘verrijken’ met nietszeggende stambomen of krankzinnige religieuze verbintenissen.

Roots… laat me niet lachen!

=

* En ja, ik weet ook wel dat er veel veranderd is sinds 1994, toen ik het land voor het laatst bezocht om afscheid te nemen van mijn stervende grootmoeder. Maar we hadden het over mijn jeugd, weet u nog?