Het Parool over ‘Een honger’: ‘Stilistische krachtpatserij’ *****

Literair spektakel

FICTIE JAMAL OUARIACHI EEN HONGER Querido, € 19,99
588 blz. *****

Een honger is een roman met wellicht een maatschappelijke boodschap. Maar het boek biedt vooral overtuigende stilistische krachtpatserij.

Het lijkt wel alsof Jamal Ouariachi (1978) met Een honger, zijn vierde roman, eens even goed wil laten zien wat hij allemaal kan. Hij is een begenadigde verteller. Hij is iemand die op smeuïge wijze een verhaal weet te brengen. Dat doet hij met verrassende plotwendingen, het inbrengen van een liefdesgeschiedenis en het voortdurend suggereren van gevaar en onraad.

Daarnaast is hij wel degelijk ook een man van de letteren. Hij richt zijn roman geheel naar eigen zin in, met knappe perspectiefwisselingen, literaire pastiches en postmoderne knipoogjes naar de lezer.

Wat de nodige aandacht heeft getrokken, is de thematiek van de roman, of liever gezegd: het onderwerp. Een honger zou op de een of andere manier misschien wel een pleidooi voor pedofilie zijn! En als de roman dát niet is, dan komt hij toch in elk geval in het geweer tegen de hysterie die aan dit fenomeen kleeft.

Hier valt zeker wat voor te zeggen. De mediagenieke ontwikkelingswerker Alexander Laszlo, een van de hoofdpersonages, zou zich hebben vergrepen aan een Afrikaanse jongen die onder zijn hoede is gekomen. En dat terwijl deze Laszlo in die periode, 2003/2004, een relatie had met de dan 22-jarige Aurélie Lindeboom.

Tien jaar later – en een veroordeling, een onuitgesproken afscheid en een moederschap voor Aurélie met een kind van haar nieuwe man verder – komen ze weer met elkaar in contact. Laszlo wil dat Aurélie, inmiddels redactrice bij een televisieprogramma dat erg op De Wereld Draait Door lijkt, zíjn levensverhaal omwerkt tot een boek. Een boek waaruit een genuanceerd standpunt over pedofilie zou moeten spreken.

Vervolgens kan in de bekwame handen van Ouariachi de pret beginnen. Op een slimme wijze heeft hij genoeg explosief materiaal bij elkaar gebracht voor een spetterend literair werkstuk. En nu hangt het er vanaf welk standpunt je inneemt: wil je vooral de maatschappelijke boodschap, áls die er al in zou zitten, van dit boek eruit lichten, of waardeer je het meer om de stilistische krachtpatserij ervan.

Ik waardeer Een honger vooral om die laatste kant.

Ouariachi kan zich heel goed in de gedachtewereld van een moderne jonge vrouw verplaatsen. Dat zorgt ervoor dat het begin van het boek boeiend is. Zíj is degene die de avonturen en overwegingen van Laszlo inderdaad op schrift stelt. Dat doet ze met verve. Zijn verblijf in Afrika – de armoede, zijn wanhoop, zijn ‘oplossing’ voor de hongersnood – wordt overtuigend geschetst.

Het boek wisselt voortdurend van karakter, zonder dat het rusteloos wordt. Die immer voortstuwende plot zorgt ervoor dat je bij de les blijft. Een persoonlijk polemisch essay van Laszlo, waarin hij zich ontpopt als een moderne Humbert Humbert uit Nabokovs roman Lolita (uit de jaren vijftig), wordt gevolgd door een ontroerend liefdeshoofdstuk, waarin de liefde tussen Aurélie en Laszlo wordt opgeroepen: ‘Idylle, idylle. Dit is hoe het was.’ Dat hoofdstuk staat aangenaam haaks op het eraan voorafgaande pedopleidooi. Maar zo blijven kan het niet, want op een nacht, eind juni, gaat de telefoon over: ‘Een zeurderig bliepmelodietje.’

De ellende blijkt al snel alom aanwezig, maar wordt in zekere zin verzacht door het taalplezier in dit boek. Ouariachi laat zien dat onze taal en van welk register we gebruikmaken, medebepalend is voor onze blik op de werkelijkheid. Hij put daarvoor op een intrigerende wijze uit de wereldliteratuur – van Virginia Woolf tot Bret Easton Ellis.

(Bron: Het Parool van 27 mei 2015)