Tagarchief: Blog

Held (sprakeloos)

VanKootenJacobse

Helden vallen soms van hun voetstuk, maar in het hoogstpersoonlijke pantheon dat mijn schedel is, heb ik Van Kooten en De Bie voorgoed heilig verklaard – nooit zal ik die twee verloochenen. Er is veel mis bij de publieke omroep, maar dat de VPRO elk jaar rond de Boekenweek weer een compilatie van oude Koot & Bie-scènes uitzendt, is een zeldzaam lichtpuntje.

Een paar maanden terug stond ik in de Stadsschouwburg te borrelen, na afloop van Tom Lanoye’s Solo Ten Oorlog. Gedurende de voorstelling had ik naast – dus niet zomaar in de buurt of zo, maar nee, echt letterijk op de stoel náást Kees van Kooten gezeten. Ik kon hem af en toe horen gniffelen als er op het podium iets grappigs gezegd werd, een paar keer klonk er een harde hahaha-lach in mijn linkeroor. Ik kon hem ruiken, een zachtaardig, ietwat archaïsch eau de toilette, de geur van een goedverzorgde, welgestelde bejaarde.

Tijdens die naborrel stond ik op zeker moment te praten met Luc Coorevits, opperhoofd van het Vlaamse literaire theaterimperium Behoud de Begeerte. En toen verscheen Van Kooten. Coorevits en hij begroetten elkaar hartelijk, en ik werd aan ‘Dag, Kees van Kooten, aangenaam’ voorgesteld. Een koele, benige hand.

De stilte deed haar intrede. Er was helemaal niets wat ik kon zeggen. Niets kon ook maar enige indruk van betekenis maken op deze onaantastbare bijna-God. En wat kon hij, omgekeerd, tegen mij zeggen dat zijn tv-optredens of, pak ‘m beet, het meesterlijke Veertig of het hilarische Hedonia te boven zou gaan? Als hij werkelijk een praatje had aangeknoopt, was hij misschien wel enorm tegengevallen.

Die stilte leek lang te duren, maar in feite zwegen we hooguit een seconde. Coorevits hervatte de conversatie, ik werd prompt door iemand anders aangesproken, het contact was verbroken en dat was maar beter ook. Liever dacht ik terug aan die anderhalf uur zwijgen en grinniken naast elkaar in de zaal, terwijl Tom Lanoye als Risjaar Modderfokker den Derde de taal liet ontsporen op het podium.

 

Inhoud

VanDisDoetChinees

‘Los van de inhoud et cetera’ zei iemand in een bijzin, gisteravond in het programma Pauw. Het was tijdens een gesprek over de lijsttrekkersstrijd binnen de Partij van de Arbeid.

Los van de inhoud et cetera: alsof het daarvóór de hele tijd over de inhoud was gegaan. Maar nee. Ik turfde onder meer: de peilingen (gebakken lucht), hoe en waar de kandidaten met elkaar gaan debatteren (gebakken lucht), geheime afspraken binnen het PvdA-bestuur (vieze lucht), vrouwelijke kandidaten (terug naar de gebakken lucht) en de invloed van GeenPeil (vieze lucht). Inhoud nergens te bekennen, maar misschien heb ik een bijzin gemist et cetera.

Daarna kwamen drie belangrijke schrijvers aan het woord over de Frankfurter Buchmesse. Connie Palmen mocht schelden op Maarten ’t Hart, Tommy Wieringa vertelde iets over zijn stijve lul, Adriaan van Dis deed Chinees na op een manier die zesjarigen dertig jaar geleden al oubollig en flauw vonden. Jeroen Pauw kon er in ieder geval om glimlachen.

Vandaag wordt het drietal gelukkig op een trein naar Duitsland gezet.

Toen het laatste item aanbrak, over een tv-programma waarin ongeneeslijk zieken ‘gevolgd worden’, haakte ik af. De dood was vroeger vruchtbare grond voor schrijvers. Die hebben het inmiddels te druk met andere zaken. De vruchtbare grond wordt nu afgegraasd door een voormalige Lingo-presentatrice. Et cetera.

Rushdie

Rushdie-diner
Met de klok mee vanaf links onder: Jessica Nash, Salman Rushdie, Anton Corbijn, Michel Behre, Jamal Ouariachi, Martine van As, Vincent Kolenbrander

Louis Behre van Crossing Border maakte gisteren tijdens het eten deze foto met de telefoon (en met regieaanwijzingen) van Anton Corbijn. Toen iemand de associatie met Het Laatste Avondmaal uitsprak, werd dat niet bepaald geapprecieerd, zo vlak voor het zwaar beveiligde optreden. Gelukkig hebben we de hele avond geen terrorist gezien. Alleen mijn moeder wist voor beroering te zorgen door onwel te worden (ze maakt het weer goed, dank u). Salman Rushdie is een held. En dan ga ik nu even instorten. Vrijdag verslag in de boekenbijlage van NRC Handelsblad.

Eigen plectrum

Therapy

Grasduinend in een doos met oude troep kwam ik bovenstaand plectrum tegen, van de bassist van Therapy?. (Kent u niet? Hier een persoonlijke favoriet. Zet speaker op 11.)

1. Beelden doemen op: de Melkweg, ergens rond het jaar 2000. Denken: leuk, er is nog ruimte vooraan, vlak voor het podium. Na 3 nummers en 27 schoenen van stagedivers op je hoofd vaststellen dat je bril onherstelbaar beschadigd is. Verslagen de rest van het concert vanaf de zijlijn aanschouwen, met een vreemd, lachspiegelachtig zicht door voornoemde bril. Schrale troost: dat plectrum.

2. Vragen doemen op: waarom hebben zoveel muzikanten hun eigen plectra, terwijl er zo weinig (geen?) schrijvers zijn die hun eigen vulpen hebben? Mijn model pen heet “Hommage à Frédéric Chopin”, terwijl ik toch echt vrij zeker weet dat Chopin nooit een noot schreef met een Mont Blanc Meisterstück. Fake, framing, marketing, gelul. En toch ben ik jaloers. Toegegeven, bij de presentatie van Een honger werden Een-honger-luciferdoosjes uitgedeeld. Maar een eigen pen, ja, goddank, er is nog wat om van te dromen…

EenHongerLucifers

Moord!!!

RuttePoetin

Je moet het de PVV nageven: het is de partij gelukt heel Nederland te besmetten met de ziekte van het stuitende simplisme. Nuances bestaan niet meer, er zijn alleen nog Grote Woorden, liefst met uitroepteken erachter. Hét grote woord dat sinds gisteren de media beheerst, is ‘moord’. Herstel: MOORD!!! De vernietiging van vlucht MH-17 was geen ‘vliegramp’ of een ‘tragisch ongeluk’, maar moord. (Of, voor de liefhebbers van terrorismepaniek: EEN AANSLAG!!!)

Dat is het natuurlijk niet. In een oorlog gelden andere regels en wetten, en Oekraïne is oorlogsgebied. De BUK-raket die vlucht MH-17 naar beneden haalde was – vermoedelijk, want we weten niets over motieven – niet bedoeld om 298 onschuldige reizigers en bemanningsleden te doden. Maakt dat hun dood minder erg? Nee, maar het is geen moord.

Moord vereist een dader, en laten we onszelf niet voor de gek houden: we hebben niet eens een definitie van ‘dader’, in dit geval. Want wie is de dader? Poetin himself? Of een of andere knuppel van het Oekraïense leger of van de separatisten, die een BUK-installatie in het rampgebied heeft laten neerplanten? Of degene die opdracht gaf om op het lanceerknopje te drukken? Of degene die daadwerkelijk op dat knopje drukte?

De MH-17 had daar nooit mogen vliegen, dat is de onverteerbare realiteit. En dan is het woord ‘moord’ dus irrelevant. Het gaat hier om nalatigheid. Misschien die van de Oekraïense verkeersleiding, die het luchtruim nooit had mogen vrijgeven voor verkeersvliegtuigen. Misschien wel de nalatigheid van luchtvaartmaatschappij Malaysia Airlines, die winst boven veiligheid verkoos.

Columniste Sheila Sitalsing, over het algemeen toch geen hysterica, schrijft vandaag in de Volkskrant: ‘Bij een 298-voudige moord hoort vervolging. Als Mark Rutte het aandurft daarbij tot het gaatje te gaan, is al het andere hem vergeven.’

Simplistischer kun je het niet krijgen. Maar een premier die een kabinet leidt dat winst boven veiligheid verkiest, en veiligheid boven vrijheid en privacy, lijkt me nou niet bepaald de aangewezen persoon om anderen te vervolgen voor het handelen vanuit een ideologie die hij zelf uitdraagt.

Schokkend plaatje

bron: NRC Handelsblad
bron: NRC Handelsblad

De zoveelste heksenjacht van deze zomer is geopend, en om dat te symboliseren is ‘#ZwartePiet’ trending topic op Twitter. Net als ‘#Washington Post’, want op de website van de Amerikaanse krant staat een vernietigend stuk van redacteur Karen Attiah over de boekenbijlage van NRC Handelsblad. Wat? De boekenbijlage van NRC is wereldnieuws? De schrijver in mij begint alvast zachtjes te juichen, maar ik houd me in. We hebben hier met een serieuze kwestie te maken.

NRC heeft namelijk bij een bespreking (Blendl-link) door Guus Valk van een drietal boeken over raciale problemen in de VS, een aantal illustraties geplaatst waarop ‘de zwarte’ als ‘blackface’ geportretteerd wordt. Kop boven het artikel: ‘Nigger, are you crazy?’

Woede alom. ‘These aren’t microaggressions, this is outright violence,’ schrijft een door Attiah geciteerde Twitteraar. Ja, regelrecht geweld, zo’n tekening.

En alle reden voor de Washington Post om Michel Krielaars, chef Boeken van NRC, te ondervragen. De kop van de NRC-recensie, met n-woord, was volgens Krielaars een citaat uit een van de besproken boeken, geschreven door een zwarte man. De tekeningen zijn bedoeld om de hardnekkigheid van stereotypering te illustreren.

Maar Krielaars’ heldere verklaring mag niet baten: hij, en in één adem door heel Nederland, wordt afgeschilderd als achterlijk en verregaand racistisch. De Zwarte Piet-discussie wordt erbij gehaald, en ja hoor, meteen ook maar de dood van Mitch Henriquez, onlangs in Den Haag. Plaatje rond.

Dit alles vanwege een illustratie in een krant bij een stuk dat racisme onderzoekt.

Beledigd zijn door een tekening – waar kennen we dat ook alweer van?

De gekte gaat nog verder, want de Washington Post plaatst bij het stuk van Attiah een foto van Zwarte Piet. O, en dat is dan niet ‘offensive’? Wat NRC niet mag, mag de Amerikaanse krant blijkbaar wel: illustreren.

Als ik een foto van bebloede oorlogsslachtoffers op de voorpagina van de krant zie staan, kan ik die als schokkend ervaren. Maar niet als een persoonlijke belediging. En ik ga al helemaal niet de fotograaf en de eindredactie van die krant op één lijn stellen met de daders van het oorlogsgeweld.

Toch is dat precies wat hier gebeurt. Omdat NRC beelden van racisme toont en een racistische term gebruikt, is NRC racistisch. Een redenering als een zeef. Zo dom willen de mensen toch niet zijn die nu juichend met de Washington Post staan te wapperen?

Nee. Ik vermoed dat er iets anders achter zit. Guus Valk en Michel Krielaars zijn witte Nederlanders (‘blank’ schijn je tegenwoordig ook al niet meer te mogen zeggen). Nederlandse mannen ook nog eens, mind you. De journaliste van de Washington Post is een zwarte vrouw. Zij heeft daarom automatisch het gelijk aan haar kant, terwijl de Hollanders weer eens gemakzuchtig van racisme worden beschuldigd. Dat ze het zelf ontkennen, geeft precies aan hoe onbewust racisme verankerd zit in de blanke ziel – luidt de communis opinio op de sociale media.

Weet je waarom de theorieën van Freud niet deugen? Ze zijn, om het Popperiaans uit te drukken, niet falsifieerbaar, wat zoveel wil zeggen als: ze zijn niet te ontkrachten. En dan heb je dus een wankele theorie te pakken. Een goede theorie is waar of onwaar. Maar als een freudiaan tegen jou beweert: ‘Je hebt last van papa-issues’, en jij ontkent dat, dan zal de freudiaan zeggen: ‘Ah! Je verdringt het!’ – en heeft dan dus alsnog gelijk. Hij heeft altijd gelijk.

Behalve dat je hoofdpijn krijgt van dit soort altijd-waar-ideeën, zijn ze nutteloos. Want zelfs als de aangesprokene gelijk heeft en daadwerkelijk geen papa-issues heeft, dan zal hij dat nooit kunnen bewijzen. En als hij die issues wél heeft, kan hij er nooit vanaf komen, want als hij er vanaf is, kan hij dat nog steeds niet bewijzen.

Zelfs als degene die van racisme beschuldigd wordt, ontkent, dan zal hij die ontkenning nooit kunnen hardmaken. Zijn racisme is immers onbewust, nietwaar? De racisme-beschuldiger heeft altijd gelijk. Maar dan kan er dus ook nooit iets verbeteren in de toestand van de wereld.

Dat woordje ‘onbewust’ helpt discussies over ongelijkheid niet verder – of het nu om ras of etniciteit gaat, over geslacht, over seksuele voorkeur.

Er is genoeg feitelijk racisme gaande in Nederland – op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld. Het lijkt me zinniger om dáár aan te werken, in plaats van welwillende blanken als Michel Krielaars en Guus Valk, die nadenken over racisme, in het beklaagdenbankje te plaatsen.

Maar ja, dan moet je wel je eigen morele zelfgenoegzaamheid laten varen, en dat Twittert natuurlijk niet zo lekker…

 

Geen hobby

GeldHonger

Onderstaande type mail heb ik de afgelopen jaren iets te vaak moeten versturen. Zou mooi zijn als dat niet meer nodig was.

Beste X,

Dank voor je mail. In principe juich ik elk initiatief op het gebied van literatuur toe. Toch ben ik niet enthousiast over het voorstel dat je me stuurt, en dat heeft te maken met het volgende.

Te vaak gebeurt het – zeker in Nederland, een stuk minder in Vlaanderen – dat een schrijver gevraagd wordt een verhaal te schrijven of te komen voordragen zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen geldwolf. Ik hou verschrikkelijk veel van mijn werk, ik prijs me elke dag gelukkig dat ik mijn beroep heb kunnen maken van datgene wat ik het liefst doe: schrijven. Maar het is geen hobby.

Kun je je een cafébaas voorstellen die er geen bezwaar tegen heeft als je na het consumeren van tien biertjes zonder te betalen wegloopt – omdat je in de veronderstelling verkeert dat hij het werken in een kroeg zó leuk vindt, dat hij zijn drank gratis weggeeft?

Natuurlijk, het is lastig een nieuw literair initiatief op poten te zetten zonder financiële middelen. Maar dan denk ik: sluit een lening af, vraag subsidie aan of zet een crowdfundingactie op touw. Literatuur is te waardevol om als iets waardeloos behandeld te worden. En voor niets gaat alleen de zon op, nietwaar?

Niettemin met de hartelijkste groeten,
Jamal Ouariachi

Tweederangs brein

Vandaag ontdekte ik dat ik de tekst van “De Gezusters Karamazov” van Drs. P woord voor woord uit mijn hoofd ken, ja, kan meezingen, al sinds de lagere school. Hoewel ik geen moslim ben, ken ik de Al-Fatiha-soera uit de Koran woord voor woord uit mijn hoofd. Zonder er een letter van te begrijpen, overigens, behalve dat Allah, die niet bestaat én niet barmhartig is, volgens deze tekst wel degelijk barmhartig is. Ik ken reclameslogans uit de jaren tachtig van buiten. Liedjes van Kinderen voor Kinderen komen op onverwachte momenten bovenborrelen in mijn bewustzijn. Maar ik kan slechts vijf regels van Luceberts meesterwerk ‘Elegie’ opzeggen. Waarom? Waarom? Wat is dit voor tweederangs brein, waarmee men mij heeft opgezadeld? Waarom functioneert het zo?

Driewielers

Ja, hoor eens, ik weet niet hoe die gemotoriseerde driewielers heten, maar ik heb wel de indruk dat ze steeds vaker opduiken in het straatbeeld, vooral in het weekend, als de provincialen naar de grote steden trekken in de veronderstelling dat het daar één groot racecircuit is. Hoe het ook zij, het is zo ongeveer het infantielste fenomeen dat ik ken. Want zo’n kreng mag dan brullen als een Boeing met bronchitis, en je mag dan een blond mokkel met een roze windjack achterop hebben, en een zwarte helm op je porem waar twee rode hoorntjes aan ontspruiten – je blijft de loser die het niet zonder zijwieltjes kan. Dus.

Herdenken

Eerste optreden koning bij dodenherdenking

Mijn opa werd tewerkgesteld in een wapenfabriek in Berlijn. Verknipt en verbitterd keerde hij na de oorlog terug naar Amsterdam. Daar maakte hij een puinzooi van zijn nog jonge gezin (de posttraumatische stressstoornis was nog niet uitgevonden, laat staan de behandeling ervan). Dat mijn moeder tot een redelijk normaal mens is uitgegroeid, mag een wonder heten.

Af en toe sta ik daarbij stil: daar heb ik 4 mei niet voor nodig. Zo’n dag heeft alleen zin als je bereid bent van het verleden te leren om het heden beter te begrijpen. Als ik nu om me heen kijk, zie ik een Nederland dat helemaal nergens iets van wil leren of weten. Iedereen die het moeilijk heeft, kan de kolere krijgen. Wie anno 2015 oorlogen ontvlucht, krijgt in Nederland geen onderdak of onderduik aangeboden, maar een retourtje land-van-herkomst. De VVD’ers van deze wereld kramen dan wat oneliners uit, over ‘aanzuigende werking’. Ongetwijfeld zijn ze vanavond door het hele land verspreid aanwezig bij herdenkingen, de VVD’ers. Op de Dam zal Mark Rutte vast en zeker een kransje leggen, samen met de nazaat van de nazi’s en de dochter van de junta.

Ik zal m’n bek houden, hoor, straks om 20:00 uur. Maar neem me niet kwalijk als ik tijdens die twee minuten stilte wat andere mensen herdenk dan the usual suspects.