Jaar 1 (#6)

Donderdag 6 april 2017
O, daar heb je weer zo’n schrijver die een kind krijgt en er meteen over moet gaan schrijven. Meneer maakt ook eens iets mee. Ja. Ik ontken dat niet. Waar deze aantekeningen toe zullen leiden, weet ik nog niet precies, maar ik ben ze nu eenmaal gaan maken, diep in de nacht, op momenten dat ik na een voeding en een luierverschoning de slaap niet meteen weer kon vatten.

Koddige vaderschapsdingetjes, geschikt voor de Viva of de Linda? Lekker herkenbaar en alles? Met een lach en een traan?

Ik wil daar niet op neerkijken, maar ik vermoed dat ik toch op zoek ben naar iets anders. Bij het schrijven van een roman weet ik vaak al heel vroeg vrij precies wat het verhaal is dat ik wil vertellen. Nu tast ik in het duister, maar dit wordt dan ook geen roman. Deze overpeinzingen moeten deel gaan uitmaken, heb ik besloten, van mijn doorlopende onderzoek naar de aard van het menselijke bewustzijn. Ik hoop dat ik iets op het spoor kom door een mensenleven vanaf dag 1 zorgvuldig en van dichtbij te observeren. En daar verslag van te leggen. En dat dan ingebed in de actualiteit van mijn leven: de gebeurtenissen van dag tot dag, mijn gedachten daarover.

Nu ja, weet ik veel, we zullen wel zien wat mijn slapeloze momenten opleveren. (Als het allemaal mislukt, kan ik mijn dochter in ieder geval een leuke verzameling observaties aanbieden op haar achttiende verjaardag.)

Ondertussen probeer ik overdag in blokjes van tien of vijftien minuten, als de eisen van dochter J het toelaten, verder te werken aan een roman die helemaal niets met baby’s te maken heeft.

‘Romans zijn van de lange adem,’ schrijft Valeria Luiselli in De gewichtlozen, een roman zo gefragmenteerd dat ik die nu makkelijk kan lezen. ‘Ik heb een baby en een middelste kind. Ze laten me niet ademen. Alles wat ik schrijf zal – kan – alleen maar van de korte adem zijn. Van weinig lucht.’

Misschien werkt het voor haar zo. Wat mijzelf betreft hoop ik bij God dat ze loeihard ongelijk heeft.