Ontstellend grove schande

De tandeloze tijd

Er werd nogal lacherig over gedaan, daar in de Stadsschouwburg gisteravond, tijdens het zaalprogramma voorafgaand aan het Boekenbal, dat godbetert gepresenteerd werd door Jort Kelder – want ook in de wereld van de schone letteren heerst de ziekte van de BN’er-verering.

Lacherig deed Kelder, over het feit dat A.F.Th. van der Heijden vooralsnog geen nieuwe uitgever heeft gevonden sinds hij De Bezige Bij verliet. Lacherig: even een rondje langs wat uitgevers in de zaal (publieksparticipatie, hihi!). Van Oorschot? (Kelder met microfoon en al het publiek in.) Niet genoeg geld. Wie heeft er dan wel genoeg geld? Tja, Mai Spijkers natuurlijk. Spijkers: ‘Praten kan altijd.’ Het enthousiasme spatte er vanaf, zullen we maar zeggen.

Lacherig, ja, lacherig sfeertje. Haha, die A.F.Th. toch. ‘Is hij hier vanavond, trouwens?’ vroeg Kelder aan het publiek. ‘Nee, hè. Want als je geen uitgever hebt, dan krijg je ook geen kaartje, ha ha ha.’

Ha. Ha. Ha. Literatuur gereduceerd tot het niveau van een voetbaltransfer: wie biedt?

Ik heb het vermoeden dat er iets heel anders aan de hand is. Geld zal een rol spelen, maar wie Van der Heijden in zijn fonds opneemt, zal moeten investeren in diepgravende kennis van diens oeuvre. En dat is me nogal een oeuvre. Alleen al de romancyclus De tandeloze tijd bestaat inmiddels, als ik goed tel, uit tien delen, en de omvang per deel kan oplopen tot maar liefst 1280 pagina’s (het in 2016 verschenen Kwaadschiks). Die hele cyclus bestaat inmiddels uit vele duizenden pagina’s. Een redacteur die een auteur met een dergelijke productiviteit begeleidt, zal zich grondig moeten verdiepen in het bestaande werk, en die kennis bij elk nieuw te verschijnen werk paraat moeten hebben. De aandacht mag niet verslappen.

U raadt het al. Ook in uitgeefland heerst koning Efficiëntie. De oververzadigde boekenmarkt moet continu bestookt worden met nieuwe titels. En hoewel het voorzichtig aan weer een beetje de goede kant op gaat met de boekenbranche, economisch gezien, is het nog steeds geen vetpot. Redacteuren begeleiden doorgaans een hele batterij aan auteurs, of legkippen zo je wilt – het is ondenkbaar dat zo’n redacteur tijd en mentale ruimte heeft om de literaire duivelskunst van Van der Heijden de aandacht te geven die zij verdient. Tenzij je als uitgever bereid bent zo’n redacteur daar vrij voor te maken. En dan dus wel een goede redacteur, geen half-gratis stagiaire. Uitzonderlijke kunst verdient uitzonderlijke maatregelen.

Ondertussen zit een van onze belangrijkste naoorlogse auteurs – schrijver van bestsellers, winnaar van vele literaire prijzen, waaronder de Constantijn Huygens-prijs (2011) en de P.C. Hooftprijs (2013) – zonder uitgever. Dat is een ontstellend grove schande. Laat de schaamte u uit uw nachtrust houden, o uitgevers!