Terug

(Column voor Trouw, woensdag 9 augustus 2017)

Het maakt eigenlijk niet uit wat ik schrijf, hier of elders: er reageert bijna altijd wel iemand met een opmerking als: “Nou, als je het hier zo verschrikkelijk vindt, dan ga je toch lekker terug naar je eigen land?” Ik moet daar altijd om lachen. Omdat ik geboren ben in Nederland, mijn eigen land, en je moeilijk terug kunt gaan naar waar je al bent.

En ach, het zijn tenslotte maar woorden. Maar ik vind het ook tragisch. De machteloosheid die uit zulke teksten spreekt. Dat je werkelijk niets anders weet te verzinnen dan dat: ongewenste elementen stuur je gewoon weg. Naar Marokko, Suriname of waar die Turk ook vandaan komt.

Het lijkt misschien typisch gescheld uit de stal van extreem-rechts, maar vergis je niet in wat doorgaans ‘links’ wordt genoemd. In kringen waarin ze diversiteit, multiculturaliteit en inclusiviteit wél waarderen, wordt niet zelden gebruik gemaakt van hetzelfde principe: weg met het ongewenste element.

Bij het zeer progressieve en inclusieve Google lieten ze daar deze week een fraai staaltje van zien. Een medewerker beklaagde zich in een memo over de krampachtige manier waarop het bedrijf diversiteit nastreeft en over de ideeën die er heersen met betrekking tot geslacht en gender. Maar vooral klaagde hij de bedrijfscultuur van Google aan, waarin alles wat afwijkt van de linkse ideologie, taboe is.

Google bevestigde dat taboe door de man te ontslaan.

Ik heb zijn stuk gelezen en hoewel er ideeën in staan waar wel het een en ander op af te dingen valt, sprong vooral de omzichtigheid in het oog waarmee de man zijn beweringen formuleerde. Hij voelde de ideologische onweersbui al hangen.

Ik moest denken aan de ‘Zomergasten’-uitzending van afgelopen zondag, aan de omzichtigheid waarmee Janine Abbring het onderwerp racisme benaderde, ‘bang om verkeerde woorden te gebruiken’. Haar vrees was misschien niet zo vreemd, want in de week voorafgaand aan de uitzending zagen we de discussie woeden over de genderneutrale taal waar de gemeente Amsterdam haar bewoners en de NS haar reizigers voortaan mee wil aanspreken.

Niemand kan werkelijk moeite hebben met ‘beste mensen’ als aanspreekvorm, maar het gaat erom dat een volstrekt goedmoedige uitdrukking als ‘dames en heren’ ineens besmette waar is geworden. Een uitdrukking non grata. Een potentiële belediging.

Als we niet oppassen, raken we zo verkrampt in onze taal, dat we niet meer met elkaar durven praten. Bang om verkeerde woorden te gebruiken. Misschien moeten we op scholen maar eens oneensheidsles gaan geven. Vrijheid bestaat bij de gratie van de meest uiteenlopende opvattingen. Die zullen nu eenmaal vaak met elkaar botsen en geformuleerd zijn in taal die soms pijn doet. Dat is prima. Het belangrijkste is dat onze woorden niet telkens op hun tenen hoeven te lopen. Want hoe graag we het soms ook zouden willen: ongewenste elementen stuur je niet zomaar weg.