Medelijden

(Column voor Trouw, woensdag 2 augustus 2017)

En ineens, zomaar, kreeg ik medelijden met Anthony Scaramucci, Trumps perschef die al na tien dagen dienst werd weggebonjourd uit het Witte Huis. De vlotte praatjes, die onwrikbare kaaklijn, dat kapsel van staaldraad, die blauwe spiegelzonnebril: een masker van ongenaakbaarheid, maar ongenaakbaar was hij niet, The Mooch.

Het privéleven van zulke mensen interesseert me over het algemeen weinig, maar in dit geval was het moeilijk de verhalen te negeren over Scaramucci’s tweede vrouw, die in hoogzwangere toestand een scheiding had aangevraagd. Toen hun kind eenmaal ter wereld kwam, was Scaramucci op pad met Trump.

Alles aan de kant gezet voor de president, en nu stond hij daar, buiten de poorten van 1600 Pennsylvania Avenue, de leegte te begroeten. Afgedankt.

Van de weeromstuit straalde mijn medelijden ook uit naar Trump zelf. Tijdens diens verkiezingscampagne werd door sommigen gewezen op de profetische kracht van de roman American Psycho (1991) van Bret Easton Ellis. In dat boek is Wall Street-bankier Patrick Bateman in zijn vrije tijd seriemoordenaar. Zijn held: Donald Trump. (Toen ik het boek voor het eerst las, rond 1998, had ik geen idee wie Trump was. Ik tikte zijn naam in bij AltaVista. Op dat moment had ik niet kunnen bevroeden dat de zakenman die zich als zoekresultaat aandiende, ooit zo’n belangrijke rol zou gaan spelen in de wereldpolitiek.)

Toch is er niets profetisch aan American Psycho. Ellis beschreef een cultuur die al bestond, die van de obsessie met geld en status. Een cultuur waar je Trump een symbool van kunt noemen, dat wel. Oppervlakte zonder iets eronder. Maar wat vaak onderbelicht blijft is dat het romanpersonage Patrick Bateman in essentie een tragische figuur is. Een mens die niet in staat is mens te zijn, warmte te voelen, liefde te ontvangen of te geven. Ik kan niet zeggen of dat ook voor Trump geldt, maar hij lijkt me zo eenzaam en zo ontevreden, ondanks status en rijkdom. Hij heeft het hoogste bereikt wat een Amerikaan met politieke ambities bereiken kan en toch zit hij dagelijks op Twitter te janken als een klein kind dat zijn zin niet krijgt. Zijn ‘vertrouwelingen’ stuurt hij een voor een de laan uit, tot er helemaal niemand meer over is.

Wat moet deze permanent ontevredene als hij eenmaal president-af is? Opnieuw een tv-programma? Beroemder dan nu kan hij niet worden. Nieuwe zakendeals? Rijker dan hij al heel lang is, kan hij bijna niet worden. Wat dan?

Het antwoord is stilte.

Tragisch.

Maar genoeg mededogen nu! We hebben hier te maken met een president die zijn eerbiedwaardige Europese collega’s beledigt en ondertussen de Filippijnse massamoordenaar Duterte als een vriend bejegent. Elke dag vraag ik me af hoe lang het nog duurt tot deze parodie op de democratie zelfs voor de Grand Old Party eindelijk lang genoeg heeft geduurd.