Onder Protest

(Column voor Trouw, woensdag 26 juli 2017)

Nederlanders verliezen hun vertrouwen in het poldermodel. Dat vermoeden sprak onderzoeker Tim de Beer gisteren uit in deze krant. De Beer is verantwoordelijk voor de Nederlandse tak van een internationaal onderzoek naar het vertrouwen van burgers in onder meer de politiek. Nederlanders willen een sterke leider, zo blijkt, maar dat wijst niet per definitie op een ondemocratische tendens. Eerder op behoefte aan daadkracht.

Ook de Volkskrant besprak het onderzoek en daar kwam ik een cijfer tegen dat mij intrigeerde. De stelling ‘Als een politicus een compromis aanvaardt verkoopt hij zijn principes’ werd door 45 procent van de ondervraagden onderschreven. Bijna de helft van de Nederlandse kiezers vindt dit dus, maar toen afgelopen juni de tweede poging strandde om een kabinet te smeden tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks, kreeg Jesse Klaver daar uit alle hoeken de schuld van, juist omdát hij had vastgehouden aan zijn principes inzake het vluchtelingenbeleid.

Als GroenLinks-stemmer wist ik niet wat ik ervan moest denken. Principes: uitstekend. Anderzijds: nu zou een andere partij de vluchtelingenkastanjes wel uit het vuur halen, waarmee we dus even ver van huis zouden zijn als wanneer GroenLinks wél akkoord was gegaan. Bovendien: de partij zou hierdoor andere belangrijke standpunten niet kunnen verwezenlijken. Een dubbele gemiste kans.

Maar wat moet je dan? Instemmen met beleid waar je faliekant tegen bent? Misschien wel ja, maar niet zoals we dat tot nu toe gewend zijn.

Deel van het probleem bij kabinetsformaties is volgens mij, dat partijen opzien tegen De Mond. Als er eenmaal een kabinet is, spreekt dat met één mond. Die etiquette zorgt voor geïnstitutionaliseerde hypocrisie, en kiezers zien dat natuurlijk. Als een PvdA-bewindsvrouw met droge ogen een VVD-standpunt staat te verdedigen, is zij niet geloofwaardig. En dat heeft de PvdA geweten.

Misschien zou het beter zijn om ook gedúrende een regeringsperiode open te zijn over meningsverschillen tussen de regerende partijen. Fictief voorbeeld voor een kabinet VVD-CDA-D66-GroenLinks: dat GroenLinks vóór stemt zodra de vluchtelingenregeling behandeld wordt, maar dan wel expliciet Onder Protest. Ze krijgen er een Milieuminister voor terug. Voor wiens plannen VVD’ers dan op hun beurt Onder Protest vóór stemmen.

Een partij kan op die manier openlijk laten zien waar een compromis in conflict komt met de eigen principes, zonder dat dit conflict een kabinet blokkeert. Je zou het integer kunnen noemen. Transparant.

Expliciet Onder Protest – is dat raar? Nee, Kamerleden stemmen nu ook vóór wetten waar zij tegen zijn, maar ze verzwijgen hun weerzin meestal.

Het zou de redding van het poldermodel kunnen betekenen. En kunnen leiden tot een daadkrachtig kabinet in gepolariseerde tijden. Een motto voor dat nieuwe kabinet heb ik dan ook alvast: ‘Je hoeft het niet over alles eens te zijn.’ Een gedachte waar het hele land dan vier jaar lang op mag kauwen.