Efficiënt leven

(Column voor Trouw, vrijdag 21 juli 2017)

Aan het begin van de zomer kun je als ouder je kind afleveren bij een commerciële zwemschool waar dat kind in twee weken tijd, vier uur per dag, voor het A-diploma wordt klaargestoomd. Turbozwemmen heet het fenomeen, ik las er afgelopen weekend over in de Volkskrant.

Bij de Koninklijke Nederlandse Zwembond raden ze zo’n cursus af, en ook wetenschappers zien risico’s, maar ouders vinden het een buitengewoon efficiënte manier om de zwemvaardigheid van hun kind af te handelen.

Als ik mijn gedachten bij het lezen van dat stuk even van de glijdende schaal laat roetsjen, ben ik binnen no time aanbeland bij een wereld waarin de complete opvoeding zo efficiënt mogelijk wordt uitgevoerd. Leren praten in twee maanden. Fietsen in één middag, inclusief één gebroken-been-behandeling en drie EMDR-sessies voor het wegpoetsen van eventueel opgelopen trauma’s. En na achttien jaar staat er een eindexamencoach klaar om je kind tegen grof geld en mét garantie een middelbareschooldiploma te laten behalen. Eventueel nog aan te vullen met een op-jezelf-wonen-spoedcursus, een relatieversneller, en vooruit, voor de echt lange termijn, een stervenscoach om je leven op een nette en efficiënte manier te helpen voltooien.

Een mensenleven lijkt nog louter een economische waarde te vertegenwoordigen. De Nederlandse werknemer is een moderne slaaf en zijn god heet Efficiency. Arbeiders aller landen zingen de ‘Neoliberale’ en krijgen van de opzichters geld toegediend als doping om op topsnelheid nieuw geld te kunnen creëren.

Wie niet werkt, is niet bruikbaar. Zieken, uitkeringstrekkers en pensioengerechtigden zijn een kostenpost die we zo laag mogelijk moeten houden.

Het is in dit efficiënte spaarlamplicht dat we het vaderschapsverlof in Nederland moeten beschouwen. De twee dagen die er nu voor staan, zijn er eigenlijk al twee te veel. In datzelfde licht is het opvallend dat ING deze week aankondigde de eigen werknemers maar liefst een maand betaald vaderschapsverlof te gunnen.

Steeds vaker neemt het bedrijfsleven morele taken van de overheid over. Of nou ja, moreel – ING zal er wel een of ander belang bij hebben. Maar ook op het gebied van klimaatverandering laten grote bedrijven steeds vaker hun stem horen. Evenmin uit idealisme, trouwens, maar omdat ze mogelijkheden zien om geld te verdienen. Niettemin, of juist daarom, klinkt de stem van die bedrijven progressiever dan die van veel politieke partijen.

Mark Rutte zal zich gek kwijlen bij dit soort ontwikkelingen, want zijn mantra is ‘een kleine, wendbare overheid’. Maar als het bedrijfsleven ook ethische overheidstaken naar zich toe begint te trekken, blijft er voor die overheid weinig te wenden over. Zo’n overheid zet zichzelf buiten spel.

Is dat erg? Het is maar net waaraan je je vertrouwen wilt schenken. Een overheid is er, als het goed is, voor de burger. Een bedrijf is er voor zichzelf. Dat verschil zegt eigenlijk alles.