Jaar 1 (#25)

Dinsdag 25 april 2017
Tijdens het interview van afgelopen zondag kwam, zoals wel vaker, de vraag op tafel wanneer ik met schrijven ben begonnen. Op zo’n vraag zijn veel antwoorden mogelijk. In 2010, toen mijn debuutroman verscheen. In 2006, toen ik aan die debuutroman begon. In 2003, toen ik besloot zo ongeveer alles in mijn leven opzij te zetten voor het schrijven – het schrijven van een roman die uiteindelijk mislukt is, maar waarvan de drie jaar dat ik eraan werkte, fungeerden als een soort geïmproviseerde opleiding tot schrijver. Of begon het in plusminus 1996, toen ik voor het eerst een poging nam een roman uit mijn pen te persen? Het lukte me toen weliswaar om dat ding te voltooien, maar goed was het niet.

Of misschien moet ik veel verder terug, naar de kleuterschool (en dit was het antwoord dat ik gaf tijdens het interview), een geïsoleerde herinnering, de fascinatie voor een letter die op de rug van het boek stond dat de juf ons voorlas, het moet Pluk van de Petteflet geweest zijn, want wat een titel was, begreep ik al. Wat een schrijver was, begreep ik ook, en deze schrijver heette Annie M.G. Schmidt. Maar wat betekende die dikke letter Q toch? Ik vroeg het en leerde wat een uitgever was.

Een kwart eeuw later bekeek ik op het snikhete Menorca het omslagontwerp voor mijn debuutroman, die verschijnen zou bij de uitgever met die dikke Q, Querido. De ontwerper van bureau Dog & Pony was de Q op de rug van het boek vergeten te verwerken. Ik had veel beheerst commentaar op dat ontwerp, maar dit kleine foutje maakte me razend.

Het kwam goed. Anderhalve maand later kon ik alsnog het eerste exemplaar van mijn hoogsteigen dikke Q in ontvangst nemen.