OMG

(column in Trouw, vrijdag 30 december 2016)

Dankzij de verwikkelingen rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen weet iedereen dat nieuws op sociale media onbetrouwbaar is (behalve de mensen die de berichtgeving hierover vanwege hun facebook-algoritme niet hebben ontvangen). Ook andere gevaren van sociale media worden steeds evidenter: er is weinig sociaals aan, mensen verknallen hun vermogen tot concentreren, kinderen krijgen geen oogcontact meer met hun ouders, en slapeloosheid heeft in de smartphone een krachtige bondgenoot gevonden.

Dat zijn de meetbare gegevens. Verontrustender zijn misschien veranderingen die we niet direct kunnen meten.

In een essayboek van Julian Barnes trof ik een anekdote aan over schilder Edgar Degas (1834-1917), die zich er na afloop van een feestje over beklaagde ‘dat je in de beau monde nooit meer afhangende schouders zag’. Edmond de Goncourt – de Albert Verlinde van negentiende-eeuws Parijs – schreef die verandering toe aan de toen moderne neiging de lichaamshouding te corrigeren. Vanuit orthopedisch oogpunt misschien een vooruitgang, maar voor Degas was het alsof een deel van de door hem geschilderde werkelijkheid teloorging.

Op Twitter (wellicht ook op Facebook, maar daar kom ik niet meer) is het gebruik van animated GIF’s ongekend populair. Het zijn ultrakorte beeldfragmentjes, meestal uit Amerikaanse films geknipt, waarin een acteur uitdrukking geeft aan een bepaalde emotie. Daarmee kun je als twitteraar je tweets kracht bijzetten. Je hebt de keuze uit categorieën als het facepalm-gebaar, ‘yolo’, mensen die ‘OMG’ zeggen, of een categorie genaamd ‘win’ (twee vuisten in de lucht en juichen maar). Allemaal erg Amerikaans en dik aangezet.
De populariteit van die GIF’s is wonderlijk. Het lijkt wel alsof veel twitteraars niet meer over de woorden beschikken om uitdrukking te geven aan een emotie. Blijkbaar moet dan de hulp worden ingeroepen van een acteur die de emotie naspeelt.

Misschien is Twitter niet representatief voor de Nederlandse bevolking, maar ook in het echte leven hoor je steeds vaker ‘oh my God‘ of zelfs OMG (‘oow em dzjieee’) en het ergste symptoom van de Hollywoodisering van de taal vormen misschien wel de millennials van wie de zinnen dat Amerikaanse melodietje hebben overgenomen waardoor hun mededelingen als vragen klinken. Alsof ze zo zijn weggelopen uit de HBO-serie Girls.

Ironie begrijpen we niet meer zonder knipogende emoticons. Hoe zit het straks met andere affecten? Is een miniscuul fronsje nog te begrijpen voor iemand die alleen het facepalm-gebaar kent? Is euforie nog euforie als je niet twee uitzinnige vuisten de lucht in pompt?

Het is vast niet tegen te houden. Maar ik voel wel de weemoed van Degas steken. Weemoed om de teloorgang van een flinter werkelijkheid. Ik heb veel plezier gehad van echte gezichtsuitdrukkingen, van mededelende zinnen. Blijkbaar hebben ze een afslag genomen. Ik blijf nog wat staan dralen op het kruispunt voor ik erachteraan ga.