Dr. Onno

Onno Blom tijdens zijn "promotie"
Onno Blom tijdens zijn “promotie”. Paranimf Jochem Myjer probeert zijn lachen in te houden.

Het is me een raadsel waarom we genoegen nemen met het ondermaatse. Niet af en toe, maar dag in dag uit. Ik maak me, vooral op Twitter, vaak kwaad over de Volkskrant, en dan met name het zaterdagse boekenkatern, Sir Edmund. Ik doe dat niet uit sikkeneurigheid. Ik doe het omdat ik op een welhaast religieuze wijze verknocht ben aan literatuur, gelóóf in literatuur. Ik kan het niet uitstaan als literatuur behandeld wordt als een velletje toiletpapier: na één keer vegen flikker je het in de pot en kijk je er niet meer naar om.

Criticus Onno Blom promoveerde vorig jaar op zijn biografie van Jan Wolkers. Dat had wat voeten in de aarde. Het ‘proefschrift’ werd eerst afgewezen, toen kwam er een nieuwe promotiecommissie, en toen werd het wél geaccepteerd. Raar. Over zo’n gang van zaken heb ik nog nooit gehoord uit de hoek van de theoretische natuurkunde, maar goed, literatuur is een eigenzinnige business.

Onno Blom, inmiddels dus Dr. Onno, werd na zijn daverende promotie vaste ‘literatuurmedewerker’ van Sir Edmund van de Volkskrant. Dit weekend schreef hij voor dat katern een artikel van drie pagina’s (plus één paginavullende naaktfoto) over seks in de Nederlandse letteren. Er is namelijk een mooi boekje verschenen over pornografie en erotica ‘in de Nederlanden’, Onder de toonbank, en ja, dan weet je het wel. Daar worden de vagijntjes en penissen van muffe Volkskrant-redacteuren respectievelijk nat en stijf van, en dan gaan ze heel veel blote tietenfoto’s afdrukken en heel veel stukken over seks publiceren, want er is een aanleiding, dus dan mag het. (Gaap.)

Enfin. Dr. Onno over seks in de literatuur, dus. Hij bespreekt achtereenvolgens: Fik Meijer, Gerrit Komrij, Gerard Reve, Louis Couperus, Lodewijk van Deyssel, W.F. Hermans, Jan Cremer, Jan Wolkers (substantieel!), Joost Zwagerman, Ronald Giphart, Herman Brusselmans, Louis Paul Boon, zijn vriend Ilja Leonard Pfeijffer, P.F. Thomése, Arnon Grunberg, en dan ook nog eventjes A.F.Th. van der Heijden.

Over die laatste noteert hij: ‘A.F.Th. van der Heijden tovert je in barokke zinnen “cunnilingus ad absurdum” voor ogen. In het bibliofiel verschenen Kastanje a/d Zee – De Tandeloze Tijd deel 7 helpt de gehavende Marike de held van de cyclus, Albert Egberts, van diens mannelijke onmacht af.’

Huh? Ik heb deel 7 van De Tandeloze Tijd, net als de andere delen, gelezen, en dat gaat inderdaad over genoemde personages, maar met een heel andere inzet. Die Marike hielp Albert van zijn ‘mannelijke onmacht’ af in deel 2 van De Tandeloze Tijd, De gevarendriehoek. Niet in deel 7. En waar komt dat ‘cunnilingus ad absurdum’ toch vandaan? Blijf even bij me…

In de volgende alinea komt Dr. Onno namelijk eindelijk – na het bespreken van zestien mannelijke auteurs – maar liefst één alinea lang te spreken over vrouwelijke auteurs. Want die moeten ook nog even afgewerkt worden. Hij haalt #MeToo erbij – en echt, ik ben niet het type om bij elk vrouwonvriendelijk opmerkinkje feministisch te gaan steigeren, heus niet, maar what the fuck hebben seksscènes in romans en verhalen van vrouwelijke auteurs in vredesnaam met #MeToo te maken? Dr. Onno noemt wat namen van vrouwelijke auteurs die ‘van wanten’ weten, en voegt eraan toe: ‘lees er de baksteendikke bloemlezing De Nederlandse erotische literatuur in 80 en enige verhalen, samengesteld door Elsbeth Etty, maar op na.’

Dat heeft Dr. Onno zelf niet gedaan. Die heeft alleen de inhoudsopgave bestudeerd, waar hij de damesnamen voor dat ene alineaatje van zijn artikel over vrouwen uit geplukt heeft. Als hij hun verhalen wél gelezen heeft, vond hij het in ieder geval niet de moeite waard eruit te citeren, blijkbaar.

Maar hé, ineens begrijpen we dat ‘cunnilingus ad absurdum’. Dat is een vroege versie van een hoofdstuk uit Advocaat van de Hanen, deel 4 (dus niet deel 7) van De Tandeloze Tijd van A.F.Th. van der Heijden, als kort verhaal voorgepubliceerd in Penthouse, en in die versie opgenomen in de bloemlezing van Elsbeth Etty, die geen romanfragmenten wilde, maar louter korte verhalen.

Arme Dr. Onno! Hij is dus echt niet verder gekomen dan die inhoudsopgave!

Dr. Onno sluit zijn opstel als volgt af: ‘Goede porno is ook goede literatuur. Die zou er zomaar eens toe kunnen leiden dat je – zoals Jan Wolkers criticus Carel Peeters eens aankondigde – je eigen stijve lul als bladwijzer kan gebruiken.’

Leuk voor de vrouwelijke Sir Edmund-lezers, zo’n slotsom! Maar misschien moet Dr. Onno zijn ‘eigen stijve lul’ maar eens wat minder vaak als bladwijzer gebruiken. Dan komt hij er misschien wat vaker aan toe om de boeken op zijn hitsige schoot ook echt te lezen. En dan niet alleen de inhoudsopgave, maar het héle boek. Kom, Blom, je kan het!