Gespeculeer

PCHooftprijs

Morgen maken ze de winnaar van de P.C. Hooftprijs 2017 bekend. Dit jaar gaat die naar essayistiek, zoveel weten we alvast, en dat leidde de afgelopen dagen tot gespeculeer in de kranten. In NRC Handelsblad van vrijdag strooide Arjen Fortuin met deze namen: Brouwers, Etty, Mak, Koot, Barnard, Februari.

Hoogst eigenaardig – Etty? Are you kidding me? – maar goed, ieder z’n meug.

Zorgelijker is de toon in Trouw, vandaag (Blendle-link). De essayistenspoeling is dun, vinden enkele ondervraagde kenners. Criticus Rob Schouten denkt dat de essayistiek niet “sexy” genoeg is, hoogleraar Yra van Dijk noemt het beschouwend proza in Nederland zelfs “zo’n beetje dood”.

Verder komt Marja Pruis aan het woord, die volgens mij nooit meer iets anders leest dan De Groene Amsterdammer, en die daarom eigenlijk van mening is – als je tussen de regels door leest – dat zij zelf die P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza verdient. “Maar dat vind ik ook weer zoiets stoms om te zeggen.”

Inderdaad, Marja.

De naam Bas Heijne valt een paar keer. Er zijn heel veel redenen om dat een slecht idee te vinden – in dit stuk uit 2011 geef ik er een paar.

Opvallend is het ontbreken van de naam P.F. Thomése. Genadeloos fileert hij de literaire wereld en zichzelf in zijn essaybundels Nergensman en Verzameld nachtwerk, maar mensen denken graag in hokjes, en Thomése zal wel in eerste instantie als romancier gezien worden – al heeft hij zijn bekendheid bij het grote publiek toch echt te danken aan beschouwend proza, ja, dat mooie autobiografische boekje over een rouwproces: Schaduwkind.

Opvallend is ook dat Kristien Hemmerechts ontbreekt. Haar essay De man, zijn penis en het mes is een van de belachelijkste dingen die ik ooit las, maar verdomd zeg, het blijft je wel bij, en dat is ook wat waard. Maar Hemmerechts zit zelf in de jury van de prijs, dus die gaat ‘m niet krijgen.

Het enige juiste antwoord op de vraag wie die prijs verdient, is natuurlijk Oek de Jong. Waarom noemt niemand hém? Hij schreef de zinderende, eigenzinnige bundels Een man die in de toekomst springt en Het visioen aan de binnenbaai. Daarnaast het lange essay Wat alleen de roman kan zeggen en het dagboek De wonderen van de heilbot, dat als één doorlopend essay over literatuur en beeldende kunst beschouwd kan worden.

Als Oek de Jong die prijs krijgt, begrijpt iedereen dat die bekroning natuurlijk óók gewoon zijn romans geldt.