Tagarchief: column

Raszuivere taal

(Column voor Trouw, woensdag 19 juli 2017)

Weinig maatschappelijke discussies zijn zo hemeltergend als die over culturele toe-eigening. Mag Beyoncé zich in een videoclip in Indiase kledij hullen? Nee, afblijven! Mag Lionel Shriver in haar romans personages introduceren met een andere etnische achtergrond dan de hare? Nee, afblijven! In tijden van identiteitspolitiek is elke culturele uiting een potentiële aanranding.

Recentelijk richtten de bestrijders van ongeoorloofde culturele toe-eigening zich op een aanstaande nieuwe verfilming van Disney’s Aladdin. Regisseur Guy Ritchie dacht de kritiek voor te zijn: hij zocht – én vond – een acteur met Arabische wortels. Dat was buiten de absurditeit van de legers der gekwetsten gerekend. Aladdin ís helemaal niet Arabisch maar Indiaas! Nee, hij is Chinees! Nee, hij is een product van Europese culturele toe-eigening!

Dames en heren: Aladdin is een sprookjesfiguur. Waarom dat sprookje voor de tigste keer verfilmd moet worden is mij ook een raadsel, maar kwetsend?

In eigen land kunnen we er ook wat van. Een uiterst pijnlijk voorbeeld deed zich onlangs voor in de nasleep van de tragedie rond voetballer Abdelhak ‘Appie’ Nouri. Uit de hoek van antiracistische activisten klonk de kritiek dat Nouri wel heel gretig werd gevierd als toonbeeld van geslaagde integratie. Alsof hij dat niet eenvoudigweg is!

Maar het kan nog gekker: dat hij telkens maar ‘Appie’ werd genoemd, schoot het ongeleide antiracisme-projectiel Arzu Aslan in het verkeerde keelgat. Ze sprak op Twitter van ‘white washing’ van een islamitische naam. Alsof de islam een kleur heeft. Alsof culturele vermenging, zeker in het Amsterdam waar Nouri vandaan komt, niet allang een feit is – zeg ik als halfbloedje.

Wat mensen als Arzu Aslan lijken te willen, is een taal waarin elk woord een eenduidige betekenis heeft en waarin van elk woord strikt is vastgelegd wie het mag gebruiken en wie niet – zodat niemand gekwetst raakt. Maar dat kán niet, zo werkt taal niet.
Het woord ‘God’ is voor een christen of moslim heilig en goed, maar wie als kind misbruikt is door een katholieke priester, heeft wellicht heel andere associaties bij dat woord ‘God’. Verbieden dan maar, dat woord? ‘Neger’ is een geuzennaam in de mond van een zwarte rapper en misschien wel een uiting van racisme in de mond van een blanke, sorry, witte PVV’er, maar hoe zit het met de witte muziekrecensent die wil citeren uit de tekst van een zwarte rapper die zichzelf ‘neger’ noemt? Mag ik als Marokkaanse bleekscheet het hier wel gebruiken?

Taal laat zich niet zomaar vangen in de netten van doorgeslagen activisten. Wie roept dat een liefdevol uitgesproken ‘Appie’ een vorm van postkoloniaal-geprivilegieerd witwassen is, draagt niet bij aan een minder racistische maatschappij, maar streeft juist naar een angstaanjagende raszuiverheid in de taal. En bovendien: wanneer je elk woord bij voorbaat beladen maakt, wordt de taal topzwaar: niet te tillen voor haar gebruikers.

 

Het kunstwerk in tijden van Big Data

(Column voor Vrij Nederland, maandag 17 juli 2017)

Wat is het geheim van bestsellers? Die vraag beheerst boekenland al eeuwen, maar recentelijk hebben uitgevers nieuwe technieken in handen gekregen om eindelijk een deel van de geheime code te kraken. Toverwoorden zijn Big Data en algoritmen. Iemand die enorm enthousiast is over deze nieuwe technieken is Patrick Swart. Hij is directeur van WPG (hoed u voor afkortingen van drie letters), het moederbedrijf van onder meer uitgeverij De Bezige Bij. Swart liet onderzoeken in hoeverre een computerprogramma op basis van woordgebruik in een boek onderscheid kon maken tussen goed en slecht verkopende boeken, en aldus een bestseller kon ‘voorspellen’. De resultaten waren zeer bemoedigend.

Ook bij een ander groot uitgeefconcern, VBK (opgelet: drie letters), is men geïnteresseerd in algoritmen, om lezers ‘gerichter’ te bereiken. De tent kwam onlangs in het nieuws door het onverwachte vertrek van Mizzi van der Pluijm, directeur van Atlas Contact (een van de uitgeverijen die deel uitmaken van VBK). Zij stapte op omdat zij, naar eigen zeggen, haar schrijvers niet langer kon beschermen tegen de plannen van het VBK-management. Het leidde tot een heuse schrijversstaking: tientallen auteurs legden de pen neer tot zij nadere uitleg zouden krijgen van VBK-baas Wiet de Bruijn.

Een nogal potsierlijke actie, vond ik. In de zomer verschijnen amper boeken, dus dan is een staking nogal een loos gebaar, en zou er overigens iemand wakker van liggen als Jerry Hormone nooit meer een boek schreef? Maar wat me misschien nog meer deed grinniken, is dat de verontwaardiging nu pas kwam, terwijl Atlas Contact al jaren onderdeel is van VBK. Voorheen kraaide daar geen haan naar, terwijl het toch genoegzaam bekend is dat grote concerns vampieren zijn: al het moois dat ze tegenkomen, bijten ze in de strot en zuigen ze leeg. Ik kan het weten: mijn eigen uitgeverij, Querido, overleefde slechts ternauwernood het draculabewind van voormalig eigenaar WPG. Net op tijd ontsnapt.

Maar ondanks mijn scepsis begrijp ik het schrijversverzet tegen VBK wel: managers als Wiet de Bruijn, die van mening zijn dat algoritmen het boekenvak toekomst kunnen bieden, denken blijkbaar dat een boek gewoon een boek is. Altijd.

Dat is niet zo. Je hebt boeken die kunstwerken zijn en boeken die consumptieartikelen zijn. Het verschil is eigenlijk heel simpel. Een consumptieartikel biedt iets wat je al kent en opnieuw wilt consumeren. Een kunstwerk biedt iets nieuws: ongekende schoonheid, of lelijkheid die je wereldbeeld een aardbeving bezorgt. Humor die pijn doet. Een verbijsterend perspectief. Of gedachte-experimenten waar je nog weken over blijft peinzen.

Een consumptieartikel wiegt je in slaap, een kunstwerk prikt je wakker. Dat hoeft helemaal niet op een vervelende manier, trouwens, kunst hoeft niet te vernietigen, hoeft niet per se illusies te ontmaskeren of ironisch de ironie te prediken. Het wakker worden door kunst kan ook het wakker worden zijn zoals mijn drieënhalve maand oude dochtertje ’s ochtends wakker wordt: lachend, vol onbeteugelbare levenslust en nieuwsgierigheid, overlopend van zin in de nieuwe dag.

Het lastige is dat niet alleen managers, maar ook schrijvers, critici en uitgevers het onderscheid tussen consumptieartikel en kunstwerk nog maar zelden maken. Uitgevers zetten ‘literaire thriller’ op thrillers die niet literair zijn. Thrillers zijn entertainment, geen kunst, en dat is helemaal niet erg. Mensen denken dat het woordje ‘literair’ een boek waardevoller maakt, maar entertainment is op zichzelf al enorm waardevol. Waarom van een boek iets maken wat het niet is?

Heel wat literaire recensenten hebben zichzelf gedegradeerd tot derderangs productbeoordelaars. Dat heeft deels te maken met hun simplistische  sterrensysteempjes en een almaar afnemend aantal woorden per recensie, en verder worden evidente consumptieartikelen vaak met dezelfde welwillendheid besproken als kunstwerken. De krant moet vol, nietwaar?

En de schrijvers? Die zijn als de dood dat ze elitair gevonden worden. Zelden zul je een schrijver haar boek een kunstwerk horen noemen – zelfs als het dat wel is. Vreemd. Zolang je ambitie niet verruilt voor pretentie, is de titel ‘kunstenaar’ iets om trots op te zijn.

In een wereld waarin het onderscheid tussen kunstwerken en consumptieartikelen dusdanig veronachtzaamd wordt, mag het niet verbazen dat ook chefs als Wiet de Bruijn en Patrick Swart alles over één kam scheren. Maar gelukkig bestaat de wereld niet alleen maar uit grote concerns. Er zijn tal van kleine uitgeverijen en uitgeverijtjes waar ze nog wél begrijpen dat het nieuwe van kunst niet voorspeld kan worden, en dat je het onbekende dus juist de ruimte moet geven. Het is te hopen dat de auteurs van Atlas Contact voet bij stuk houden en dat ze daadwerkelijk hun uitgeverij weten los te trekken van vampierenclub VBK, of anders hun heil elders zoeken.

Overigens kan een literair kunstwerk, al of niet verschenen bij een kleine uitgeverij, natuurlijk wel degelijk tot een bestseller uitgroeien. Traditioneel draagt zo’n succes dan bij aan de financiële speelruimte van een fonds, waardoor ook slecht verkopende hermetische dichtbundels en experimentele romans uitgegeven kunnen worden. Interne subsidiëring heet dit ouderwetse prachtsysteem, je zou het een vorm van socialisme kunnen noemen. Dat lijkt me absoluut te verkiezen boven de plannen van mensen als Wiet de Bruijn en Patrick Swart. Hun ‘visies’ leiden tot een neoliberalisering van de uitgeefwereld. Tot VVD-uitgeverijen, als het ware. En je weet wat ze van drieletter-afkortingen zeggen.

 

Oikos

(Column voor Trouw, maandag 17 juli 2017)

Soms is het lekker om jezelf te kwellen en daarom las ik afgelopen weekend een artikel van Simone van Saarloos in De Groene Amsterdammer. Ze verkent daarin vormen van liefde die voorbijgaan aan het hokjesdenken in ‘binaire’ indelingen zoals man/vrouw of homo/hetero.

Ze leidt ons langs gruwelfilosofietjes als ‘hydrofeminism’ (laat maar) en langs zogeheten ‘ecoseksuelen’: mensen wier erotische verlangens zich ‘niet alleen op mensen, maar ook op de aarde’ richten. Van Saarloos bekijkt een pornofilm waarin een ecoseksueel ‘zich bevredigt door tegen de aarde op te rijden terwijl hij aan een tak met blaadjes snuift’.

Prompt doemt in mijn hoofd het beeld op van Thierry Baudet en zijn beruchte lavendelzakjes. Baudet, nog zo iemand die, net als Van Saarloos, keer op keer hoon oogst en daar zelfs van lijkt te genieten. Hier houdt de associatie op, ik lees verder.

Van Saarloos heeft het inmiddels over ‘ecotone’, de ‘overgangszone tussen twee of meer verschillende gemeenschappen of ecosystemen waar verschillen samenkomen’. Ze voegt eraan toe dat ‘eco’ afgeleid is van ‘oikos’, wat ‘thuis’ betekent.

En nu moet ik dus alwéér aan Baudet denken en aan diens pamfletje Oikofobie. Oikofobie: ‘een ziekelijke afkeer van de geborgenheid van ons thuis; van de eigen gewoontes en gebruiken; van de natie’. Oikofobie heerst vooral onder intellectuele en politieke elites, naar het schijnt.

Van Saarloos en Baudet publiceerden allebei een mislukte roman, maar er zijn meer punten waar hun ‘verschillen samenkomen’: ze namen allebei deel aan de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen maart, zij als nummer 8 op de lijst van Sylvana Simons’ Artikel 1, hij als lijsttrekker van het Forum voor Democratie. Haar partij kreeg geen zetels, de zijne behaalde er twee.

Van Saarloos en Baudet: hun denkwerelden kunnen bijna niet verder uit elkaar liggen. De een is alles wat je links zou kunnen noemen, de ander door en door rechts, en toch: allebei zijn ze bezig met oikos. Het is aardig, ja, zelfs hoopvol om te beseffen dat zelfs de ergste tegenpolen meer met elkaar gemeen blijken te hebben dan je zou denken.

Als je ze naast elkaar zet, heb je een aardig overzicht van het gepolariseerde meningencircus dat Nederland vaak is, maar in het ecosysteem dat mijn brein is, kan ik ze een verstandshuwelijk laten aangaan (Simone zegt ‘nee’, maar Thierry interpreteert dat als haar ja-woord), en vervolgens vervangen zij Willem-Alexander en Máxima als ons non-binaire koninklijke echtpaar.

Voor ieder iets om te haten, voor ieder iets om van te houden, en wat ertussen vloeit, is water. Het enige wat me nog verontrust is dat er zelfs dán weer mensen zullen zijn die zich onvoldoende gerepresenteerd voelen. Het kersverse echtpaar is bijvoorbeeld wel erg wit. Het is ook nooit goed – en gelukkig maar.