Vertedering op shortlist Gouden Boekenuil

Shortlist

Vertedering staat op de shortlist van de Gouden Boekenuil, de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen. Het jury-rapport rept van een “een klassieke maar zeer eigentijdse tragedie” en een “fenomenale psychologische thriller waar geen film tegenop kan, omdat grote literatuur nu eenmaal doordringt in bewustzijnslagen waar geen camera ooit bij kan.” De andere genomineerden zijn Joost de Vries (De republiek), Ilja Leonard Pfeijffer (La Superba), Jan Brokken (De vergelding) en Stefan Hertmans (Oorlog en Terpentijn). De winnaar wordt op 24 april bekend gemaakt in Brussel.

Nominaties

Jury BNG
Jury van de BNG-prijs, v.l.n.r. Jeroen Vullings (Vrij Nederland), Simone van Saarloos (nrc.next), Ward Wijndelts (NRC Handelsblad), Karin Overmars (Het Parool)

Niet alleen de feestdagen zijn aangebroken, maar ook de tijden van nominaties:

- Vertedering is genomineerd voor de BNG Literatuurprijs 2013. De andere genomineerden zijn: Saskia de Coster met Wij en ik, Wytske Versteeg met Boy, Joost de Vries met De republiek en Robbert Welagen met Het verdwijnen van Robbert. Uitreiking: donderdag 23 januari 2014 in de Amstelkerk te Amsterdam.

- Recensieweb plaatste een fragment uit 25 op de longlist voor de Beste Literaire Seksscène van 2013. Meer informatie hier. Bekendmaking shortlist: 6 december. Bekendmaking winnaar: 9 december in Spui 25 te Amsterdam.

- Jamal Ouariachi zelf is genomineerd voor de titel “Meest Sexy Vegetariër 2013″. Stemmen kan op de website van de Vegetariërsbond.

Interviews met Jamal Ouariachi

Werkkamer Ouariachi A•Quattro•Mani verzorgt voor The Post Online een interview-estafette: schrijvers interviewen elkaar. Roderik Six ondervroeg Jamal Ouariachi over Vertedering, 25, en de schrijverij in het algemeen. Hier als pdf te lezen.
De tien van Humo Humo stelde een lijst samen van tien Nederlandstalige schrijvers onder de 35 die volgens het blad de toekomst zullen kleuren. Onder hen Jamal Ouariachi (en Daan Heerma van Voss!). Het artikel gaat vergezeld van interviewtjes met de tien geselecteerde auteurs. Hier te lezen.
Kantor Op een speciale editie van de Jonge Schrijversavond interviewde Maurice Seleky schrijvers Jamal Ouariachi en Hanna Bervoets over hun vijf favoriete tv-fragmenten. Een verslag is hier te lezen.
Hermans Nacht Naar aanleiding van de binnenkort te verschijnen biografie van Willem Frederik Hermans, door Willem Otterspeer, organiseerde de VPRO een Hermansnacht. In het tweede uur van die nacht spraken Wim Brands en Jeroen van Kan met Jamal Ouariachi en Elsbeth Etty over onder meer de invloed van Hermans op jonge schrijvers. Hier te beluisteren.

De Buffels in de media

Tijd voor Max De Buffels bij “Tijd voor Max”. Jamal Ouariachi, David Pefko en Daan Heerma van Voss over hun trilogie 25-45-70. Dinsdag 1 oktober 2013, hier terug te zien.
Met het oog op morgen De Buffels bij “Met het Oog op Morgen”. Jamal Ouariachi, David Pefko en Daan Heerma van Voss over hun trilogie 25-45-70. Woensdag 2 oktober 2013, hier terug te zien/horen.
Buffels met Margriet van de Linden Jan Zandbergen maakte voor The Post Online een verslag van de “Avond rondom De Buffels”, donderdag 3 oktober 2013 in het NRC Café, hier te lezen.

Voor Thomas Blondeau (1978-2013)

Thomas Blondeau

Dinsdag 18 oktober 2011. Na een vergadering van het Witteveen Genootschap besloot ik met genootschapsgenoot Jennifer nog wat na te borrelen in café De Pels. En ha, daar waren Arjen van Veelen en Thomas Blondeau, en zoals dat nu eenmaal ging: we dronken veel, we rookten tegen het rookverbod in, en toen de onvermijdelijke Polaroid-man zich aan ons tafeltje meldde, lieten we ons vrolijk fotograferen. Toen opperde iemand een bedenking, en ik wens me te herinneren dat die iemand Thomas was.

Waarom altijd onnatuurlijk in de camera lachen, terwijl de essentie van zo’n samenzijn is dat je met elkaar praat, elkaar aankijkt? We lieten nog een foto maken, nu “zogenaamd” in gesprek, wat dan weer nóg geposeerder aanvoelde dan wanneer je wél in de camera staarde. Het woord “postmodern” fladderde voorbij.

Ruim een maand later schreef iemand op mijn Facebook-wall dat ze mij herkende in de rubriek “Gevonden foto” van Het Parool. Onmiddellijke paniek: wat was dat dan voor foto? Met wie stond ik daar op en in wat voor ongetwijfeld compromitterende toestand? Later was iemand anders zo vriendelijk een plaatje van het artikel toe te voegen. Daar zaten we, Thomas, Arjen, Jennifer en ik, opzichtig niet naar de camera te kijken. De journalist die het bijbehorende tekstje schreef, sprak van een “merkwaardige opstelling”.

Zelf waren we vooral ernstig verontwaardigd dat die lul de Grote Literatoren van de Toekomst niet eens herkende.

Het droge commentaar van Thomas, op Facebook: “Zo, en dat heeft slechts tweehonderd rondslingerende polaroids geduurd voor we erin kwamen.”

Herinneringen aan een dode zijn altijd particulier, het ophalen ervan heeft iets egoïstisch. Maar als ik aan Thomas denk, denk ik nu eenmaal aan de momenten die hij en ik deelden.

Er zijn nog heel veel meer herinneringen, niet vastgelegd op Polaroid. Onze correspondentie over de schrijverij, over elkaars werk. Vloeken op recensenten, je weet wel. Thomas, een paar weken geleden over de ontvangst van zijn West-Vlaams Versierhandboek: “de recensies – hoewel allemaal lovend – waren werkelijk lamentabel in analyse en duiding.”

Onze eerste “date”, drie jaar geleden. Ik stelde café De Zwart voor, met de twijfel: “of hangen we dan te opzichtig de Grote Schrijvers uit?” Vond hij geen probleem. Hij citeerde Dali: “Ik heb zolang gedaan alsof ik een genie ben, dat ik er uiteindelijk een ben geworden.”

De weddenschap om het al of niet bestaan van Patatje Oorlog Chips, met Kim Hertogs. (Zij won. Kostte Thomas, Ramsey Nasr en mij een gesigneerd boek, plus verzendkosten.) Het legendarische Louis Nanet-feest, waar ik een liefde vond, en hij de vriendschap met onze beider Ebisse. Zijn daverende optreden tijdens de presentatie van mijn roman Vertedering. Een belachelijk Bacardi-feest van Das Magazin, waar we ons ziek zopen aan mojito’s, gevolgd door een bezoek aan De Doffer waar niemand van de toen aanwezigen aan terug durft te denken. Hoe hij met verbijsterende schwung de rol van bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand aannam, en in de Uilenburgersjoel Arjen en Rosanne in de echt verbond. Het vreemde oud en nieuw-feest 2011/2012 bij hem thuis aan de Prinsengracht, een feest dat in zijn laatste roman een apotheotische plek vond…

De dinsdag na zijn dood: bijna zomers weer, midden in oktober. Zwetend fiets ik door de stad, brak van de avond en nacht tevoren, toen we Tommie met een grote groep vrienden herdachten, iedereen geschokt en kapot van het nog zo verse nieuws.

Deze dinsdag is het zulk mooi weer, het is het soort dag waarop hij dan wel eens sms’te: “Een glas?” Of: “Maestro, ik zie er naar uit met u door te zakken voor de roem ons tot klootzakken maakt.”

In plaats daarvan een sms’je van Fanny, over het opstellen van een rouwadvertentie.

We treffen elkaar ‘s avonds in Schiller. Samen met Daniël en Maud bellen we de mensen die hun naam misschien in die advertentie willen hebben. We zijn een goed geolied kantoor op locatie. We lachen veel, zenuwachtig omdat elke tekst die we bedenken voor de advertentie absurd lijkt. Omdat wij, jonge mensen, dit niet horen te doen voor een leeftijdgenoot. We drinken, we lachen.

Maar als we ‘s nachts afscheid nemen en ik met Fanny nog wat sta te dralen, buiten, zegt ze: “Na zaterdag, na de begrafenis… dan begint het pas echt. Dan gaan we pas echt merken dat hij er niet meer is.”

Allebei worden we heel erg stil.

Ik koester de herinneringen aan Thomas. Maar hoe mooi die ook zijn, het nare is dat er geen nieuwe meer bij zullen komen. Hijzelf heeft daar geen last meer van. Maar de mensen die hem zo graag zagen, zullen moeten aanvaarden dat het leven vanaf nu altijd een gebrek heeft. Een gebrek aan Thomas Blondeau.

Thomas Blondeau

Thomas Blondeau

Thomas Blondeau

 

Interviews etc.

De Morgen Interview De Morgen, woensdag 3 juli 2013, hier te lezen als pdf-bestand, deel 1, deel 2
Das Magazin Festival Verslag van het Das Magazin Festival, door Henk van Straten voor de Volkskrant, zaterdag 1 juni 2013, hier te lezen als pdf-bestand
De Telegraaf Interview De Telegraaf, zaterdag 27 april 2013, hier te lezen als pdf-bestand
De Standaard Interview De Standaard, vrijdag 26 april 2013, hier te lezen
Lezen TV Interview met Peter Gielissen van Lezen.tv, april 2013, hier online te bekijken

Recensies “Vertedering”

Vertedering is inmiddels in verschillende kranten en tijdschriften met veel lof onthaald. Een selectie.

“Lezen tot je misselijk wordt, deze prachtig pijnlijke tocht van een ondoorgrondelijk rupsje-nooit-genoeg.” (****) 
Simone van Saarloos in de Volkskrant, hier of hier terug te lezen.

“Dit is een psychologische roman in optima forma [...], een boek dat de lezer vele hoeken en gaten van de menselijke ziel laat zien. Misschien niet wat je verwacht van een redelijk jonge hond, maar wel een rijpe en ja, indrukwekkende roman.”
Rob Schouten in Trouw, hier te lezen.

“Vertedering is een heerlijke liefdesroman met een zwart randje, die eindigt met een fascinerend psychologisch experiment.” (****)
Annet de Jong in De Telegraaf, hier te lezen.

“Ouariachi is een echte. [...] Het is genieten van de krankzinnigheid.”
Jeroen Vullings in Vrij Nederland, hier integraal te lezen.

“Een intelligent en meeslepend geschreven boek, dat de lezer meteen doet begrijpen: dit is niet zomaar een jonge schrijver. Hier komt een oeuvre van.” (****)
Mark Cloostermans in De Standaard.

Vertedering is méér dan het relaas van de aftakeling van een twintiger, méér dan een verhaal over huiselijk geweld, méér dan een liefdesverhaal met een slechte afloop. Het boek biedt ons een kijk in de intrigerende geest van een getroebleerde man, en geeft ons de kans om die zo goed mogelijk te doorgronden. Dat dit uiteindelijk niet lukt, maakt de roman alleen maar geslaagder en gedenkwaardiger.” (****)
Carmen Meuffels op Recensieweb, hier integraal te lezen.

Vertedering is een indrukwekkende ideeënroman, geschreven met veel gevoel voor relativering en humor en [...] getuigend van een verbluffend metier.” (****)
Marnix Verplancke in Knack, hier integraal te lezen.

“Met meesterhand geschreven. [...] Schrijftalent in de rijke traditie van Rosenboom en Van der Heijden. Alles klopt aan dit boek. [...] Mooi klassiek opgebouwde roman die een jonge schrijver definitief een plek bezorgt in onze letteren.” (****)
Koen Eykhout in Dagblad De Limburger, hier integraal te lezen.

 

Interviews over Vertedering

Interview Wim Brands

De website Buzzboeken was er vroeg bij en bracht het eerste schriftelijke interview met Jamal Ouariachi over zijn nieuwe roman Vertedering. Hier te lezen.

Op 16 maart 2013 was Ouariachi, brak van het Boekenbal, te gast in de TROS Nieuwsshow, hier terug te beluisteren.

En op 31 maart verscheen hij in het tv-programma Boeken, gepresenteerd door Wim Brands. Ook te gast was Herman Brusselmans. Hier te bekijken.

Op 10 april gaat Ouariachi in gesprek met Jeroen van Kan voor VPRO’s De Avonden, tussen 21:00 en 23:00 uur te beluisteren op Radio 6 (in het tweede uur, om precies te zijn). 

Vreemde ideeën

Fabian Stolk
Fabian Stolk

Kritische kanttekeningen plaatsen bij boekrecensies, zoals ik onlangs deed naar aanleiding van een Volkskrant-recensie van de nieuwe Oek de Jong?

Foei, dat hoort een schrijver niet te doen! Dat voorrecht is aan recensenten zelf en aan academici voorbehouden. Aan Fabian Stolk bijvoorbeeld, docent Moderne Nederlandse Letterkunde in Utrecht. Stolk heeft een meerdelige blog-cyclus nodig om Anton de Goede (van de VPRO) en mij (van mezelf) op onze plaats te zetten. En Fleur Speet, recensent bij het Financieel Dagblad, schrijft naar aanleiding van Stolks cyclus op haar Facebookpagina: ‘Anton de Goede en Jamal Ouariachi houden er vreemde ideeen op na’.

Voordat ik mij ergens in een donker hoekje diep ga liggen schamen na deze genadeloze afstraffing door de professionals, wilde ik graag nog even twee dingetjes fluisteren.

Dingetje 1: in een blogpost waar ik heus om heb gelachen, introduceert Fabian Stolk de ‘Ouariachi-recensiequotiënt’. Aanleiding: ik vond (en vind) dat een langverwacht en omvangrijk boek een uitgebreide recensie verdient. Het is een kenmerk van de autist een taaluiting letterlijk op te vatten die een ander niet letterlijk bedoelt. Dus sloeg Stolk aan het rekenen (‘aantal bladzijden plus aantal jaren werk, gedeeld door aantal woorden van de recensie’).

Als u uitgelachen bent, heb ik een vraag: begrijpt de autist werkelijk niet dat je alleen al om de compositie, structuur en verhaallijn van een dik boek aan de recensielezer duidelijk te maken, méér ruimte nodig hebt dan in het geval van een dun boek? Gelooft hij werkelijk dat je de stijl van een ruim 800 pagina’s tellende roman goed kunt samenvatten met een sneer in een bijzin? Het antwoord geeft Stolk zelf in een blogpost (de man blogt wat af) waarin ook hij een poging doet Pier en oceaan van Oek de Jong te recenseren (waarover dadelijk meer): hij heeft daar veel woorden en veel citaten voor nodig. Precies, dat bedoel ik dus, Fabian.

Is het een ‘vreemd idee’ (Fleur Speet) dat een ‘belangrijk’ boek veel ruimte krijgt? Wedervraag: wie bepaalt of een boek belangrijk is? Nou, de Volkskrant zelf bijvoorbeeld. Enkele dagen voor verschijnen van Pier en oceaan wijdde de krant een twee pagina’s vullend ‘profiel’ aan Oek de Jong. Twee pagina’s vol tweedehands geleuter. Van die ruimte had best wat naar een uitgebreidere recensie gekund…

Dingetje 2: Stolk vindt het schamel van mij dat ik Pier en oceaan niet heb gelezen. Dat is een beetje dom van Stolk. Ik bekritiseerde namelijk niet dat boek, maar de recensie van Arjan Peters. Recensies, beste Fabian, zijn in eerste instantie bedoeld voor mensen die een boek nog niet hebben gelezen. Op basis van de argumenten van de recensent kan de lezer dan besluiten het boek wel of niet te kopen. De beruchte recensie van Peters was naar mijn idee slecht beargumenteerd, zijn literaire visie kwam bijzonder inconsequent over, en bovendien was zijn stuk geschreven met zoveel opzichtige lust om Oek de Jong (‘oeke-tjoek’) te vernederen, dat we eerder te maken leken te hebben met een afrekening in het literaire circuit, dan met een recensent die onderbouwde waarom een boek zijns inziens niet geslaagd was.

Het kan trouwens altijd een graadje dommer. Stolk heeft, zoals ik hierboven al even aanstipte, zelf ook een bespreking van Pier en oceaan bij elkaar geblogd. Die bespreking begint hij met de woorden: ‘Laat ik er vooraf geen geheim van maken dat ik de roman niet ten einde toe gelezen heb.’

Pardon? Mij een veeg uit de pan geven en dan ondertussen zelf je huiswerk niet afgemaakt hebben? Op de eerder genoemde Facebookpagina van Fleur Speet verweert Stolk zich: ‘Al ben ik verder gekomen dan Ouariachi. En: het is geen recensie, maar een blogpost.’

Ah, een blogpost is geen recensie, al grapt Stolk op het eind van zijn niet-recensie dat het met zijn Ouariachi-recensiequotiënt wel goed zit in die niet-recensie – begrijpt u nog iets van die man?

Stolk, weer elders: ‘Misschien ben ik wat te welwillend als Peterslezer.’

Inderdaad, het mag best wat kritischer. Om je op gang te helpen, Fabian, hier een mooi stuk van wijlen Doeschka Meijsing uit 1998, over het vreemde fenomeen dat wij Arjan Peters noemen. Je zult het als letterkundige Peters-exegeet wel kennen, maar het kan nooit kwaad het geheugen eens op te frissen. Weet je wat? Ga ik ondertussen Pier en oceaan lezen. Deal?