Jaar 1 (#17)

Maandag 17 april 2017
Nadeel, voordeel. Nadeel: ik heb uren gedaan over het lezen van een slechts tien pagina’s tellend essay van Teju Cole, want tussendoor moest er gevoed, getroost, verschoond en in bed gelegd worden, en bij het ontwaken de hele cyclus nogmaals. Voordeel: omdat ik na elke onderbreking weer één of twee alinea’s van het eerder gelezene herlas, heb ik de tekst van het essay bijzonder goed in me opgenomen, denk ik. Hoe zal ik mij over vijf jaar de boeken herinneren die ik in deze periode lees? Anders dan de boeken uit andere periodes? Beter?

In het boek van Luiselli ben ik ook nog steeds bezig. Het is fragmentarisch geschreven, ik lees het fragmentarisch. Geregeld erger ik me eraan, maar het boeit me ook, het bevalt me misschien zelfs wel. Die ergernis: terecht, omdat er zulke beroerde passages in staan? Of is het de ergernis die voortkomt uit de confrontatie met iets nieuws, iets onbekends? Er moet het een en ander overwonnen worden.

Ik ontleen hieraan het verder nergens op gebaseerde vertrouwen dat het met deze aantekeningen ook wel goed komt. Ik erger me eraan, ben voortdurend aan het herschrijven vol verbijstering: hoe kan ik dit gisteren nou acceptabel hebben gevonden? Ik ontleen aan de onzekerheid het vertrouwen om door te gaan. Dat is dan toch de professionele ervaring na het schrijven van vier romans en een verhalenbundel: weten dat onzekerheid gezond is. Ertegen bestand zijn. De onzekerheid verdragen. De onzekerheid omhelzen. Niet weten waar je heen gaat betekent: onbekend terrein betreden. Dat is altijd goed.