Column De Standaard, Afl. 5

Deze week schrijf ik elke dag een column voor de digitale avondeditie van De Standaard. Die is alleen toegankelijk met abonnement, dus voor de liefhebbers plaats ik de stukken daags na publicatie op mijn website. Hier de laatste bijdrage, van vrijdag 25 september.

dS_JamalOuariachi

Verleidingskunst

Moet literatuur per se actuele maatschappelijke thema’s aansnijden? Nee, literatuur moet helemaal niks, vind ik, en dat vindt blijkbaar ook schrijver Jeroen Theunissen, die afgelopen woensdag in De Morgen zijn zorg uitte over nieuwe beleidsplannen van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Daarin zou ‘maatschappelijke relevantie’ van literatuur een nieuw aandachtspunt vormen.

Een misverstand, volgens Fonds-directeur Koen van Bockstal, die gisteren in een open brief reageerde: ‘De aandacht voor diversiteit is vooral ingegeven om impliciete of expliciete drempels in ons bestaande subsidiebeleid weg te werken en om ervoor te zorgen dat mensen (los van hun sociaaleconomische positie en etnisch-culturele achtergrond) daadwerkelijk gelijke kansen krijgen. (…) Daar kan toch niemand iets op tegen hebben?’

Nou, deze lezer-schrijver heeft daar wél iets op tegen. Als Hollander heb ik natuurlijk weinig te schaften met het Vlaamse Fonds, maar de Nederlandse literatuur overstijgt onze landsgrenzen, dus bemoei ik me er lekker toch tegenaan.

Vrij vertaald zegt het Fonds hier, dat er blijkbaar allerlei drempels zijn waardoor bepaalde schrijvers, vanwege hun sociaaleconomische of etnische achtergrond, kansloos zijn bij het aanvragen van een beurs. En dat dat onrecht maar eens verholpen moest worden.

Drempels? Sorry, maar als je al niet eens een subsidieaanvraag kan indienen, hoe moet je dan ooit een groots en meeslepend literair werk produceren?

Ik zucht diep, lezer, en trek een paar haren uit mijn half-Marokkaanse hoofd. Vooral ook omdat deze zelfde diversiteitsdiscussie de laatste tijd ook in Nederland woedt. Recentelijk mekkerde een Surinaams-Nederlandse schrijfster bijvoorbeeld in De Groene Amsterdammer, dat Nederlandse uitgevers, redacties en lezers niet geïnteresseerd zijn in andere culturen.

Dat kan kloppen. Lezers zijn maar in één ding geïnteresseerd: een goed boek. Ongeacht het onderwerp. Elke jaar bestormen honderden, duizenden nieuwe titels de boekenmarkt. Te midden van al dat geweld, is het zaak de lezer te verleiden om jouw boek te lezen. Dan heeft het geen zin om te zeuren over je etnische afkomst, of over impliciet racisme. Weinig is zo afstotelijk als verongelijktheid.

Literatuur is een verleidingskunst. Verleiden zul je, ongeacht je afkomst of ‘sociaaleconomische positie’. Heeft de lezer eenmaal in het aas van een aantrekkelijke openingszin gehapt, dan ram je die vishaak in zijn muil en kun je een boek lang met hem doen wat je wil. Maar mocht het verleiden niet lukken, dan is dat niet de schuld van de lezer die niet kocht, de uitgever die geen contract aanbood, het Fonds dat geen beurs schonk — nee, het is de schuld van de schrijver zelf. De schrijver die niet verleidt, is een Casanova wiens bed altijd leeg zal blijven.