Column De Standaard, Afl. 4

Deze week schrijf ik elke dag een column voor de digitale avondeditie van De Standaard. Die is alleen toegankelijk met abonnement, dus voor de liefhebbers plaats ik de stukken daags na publicatie op mijn website. Hier de bijdrage van donderdag 24 september.

dS_JamalOuariachi

Buitengewoon uniek, die Rembrandt

Het nieuws is ook naar Vlaanderen doorgesijpeld, maar in Nederland puilden de media deze week uit van berichten over de aankoop van twee schilderijen van Rembrandt, door het Rijksmuseum te Amsterdam. Het gaat om een duo huwelijksportretten van het echtpaar Maerten Soolmans en Oopjen Coppit.

Valt veel over te zeggen, maar de berichtgeving richtte zich hoofdzakelijk op één aspect: geld. Met deze zin sneed het NOS-journaal afgelopen maandag het onderwerp aan: ‘160 miljoen euro moet hiervoor worden afgerekend.’ En daarbij ligt dan de nadruk op het feit dat het Rijksmuseum slechts de helft van dat bedrag neertelt, de overige 80 miljoen komt voor rekening van de Nederlandse staat. Is dat geen schandelijke verkwisting van belastinggeld?

Ach, het is een pittig bedrag, maar als het om interessante werken gaat, valt zo’n aankoop best te verdedigen. Dus laten we eens kijken wat de kunstkenners zo her en der over de twee portretten te melden hebben.

Het is nationaal erfgoed, lees ik ergens. Ja, en? Er hangt zoveel nationaal erfgoed in  buitenlandse musea, dat is het mooie van de kunst: zij trekt zich van natiegrenzen niets aan.

De schilderijen verkeren in uitzonderlijk goede staat. Ja, dus? Veel fresco’s in Pompeï verkeren in uitzonderlijk slechte staat, maar zijn toch de moeite van het bekijken waard.

De geportretteerden laten zien dat de Nederlandse doe-maar-gewoon-mentaliteit heus niet altijd opgaat. Juist. We hebben het hier over huwelijksportretten. Zelfs de meest verstofte, conformistische Hollander trekt voor zijn bruiloft een knap pak aan.

Van Rembrandt zijn slechts drie andere portretten bekend waarop hij zijn onderwerp ten voeten uit schilderde. So fucking what?

Het kan nog erger: de portretten kenmerken zich door ‘levendigheid, dat die mensen als het ware bijna bewegen.’ Dat klinkt als een uitspraak van iemand die nog nooit in een museum is geweest, maar de woorden komen uit de mond van de directeur van museum Het Mauritshuis.

De Nederlandse minister van cultuur dan, ten slotte: het gaat om een ‘buitengewoon uniek geval dat zijn weerga niet kent’. Kunt u daar chocola van maken? De gemiddelde reclameboer zou zijn ogen uit zijn kop schamen voor zo’n schamele, holle aanprijzing.

Door al die machteloze argumenten rijst het vermoeden dat deze twee schilderijen misschien helemaal niet zo bijzonder zijn. Zelfs voor de leek die ik ben, valt er aan Rembrandt veel plezier te beleven. Het grimmig-bruine chiaroscuro van het portret van zoon Titus in monniksdracht, de vele zelfportretten waarop je de schilder ouder ziet worden, de indrukwekkend uitwaaierende compositie van De Nachtwacht, de virtuoze fijnzinnigheid waarmee Het joodse bruidje is geschilderd. Maar daar hoor je in dit geval niets over.

Nee, met liefde voor de kunst heeft deze hele affaire niets te maken. Rembrandt is gewoon een ordinair merk om mee te pronken. Geen wonder dat iedereen het alleen maar over het geld heeft.