Column De Standaard, Afl. 2

Deze week schrijf ik elke dag een column voor de digitale avondeditie van De Standaard. Die is alleen toegankelijk met abonnement, dus voor de liefhebbers plaats ik de stukken daags na publicatie op mijn website. Hier de bijdrage van dinsdag 22 september.

dS_JamalOuariachi

Taalleed

Aan de Vlaams-Waalse taalstrijd zal ik me als Hollander niet wagen, maar die strijd laat goed zien hoe hoog de gemoederen kunnen oplopen wanneer de taal van een volk bedreigd wordt. Gevolg is vaak: nationalisme van de ergste soort, koppig en stompzinnig.

Je ziet het aan de dreigende afscheiding van Catalonië: de Catalaanse regioverkiezingen van aanstaande zondag zijn door nationalisten uitgeroepen tot een referendum over een onafhankelijke staat. Maar wat schiet Europa op met nóg een kansloos Mediterraan land?

De Spaanse Sportraad heeft zich inmiddels in de strijd gemengd: die dreigt het wereldvermaarde FC Barcelona uit de Spaanse Liga te knikkeren als Catalonië daadwerkelijk onafhankelijk wordt, waardoor de club alleen nog aan de lokale competitie kan deelnemen. Zeg maar dag tegen de sponsors.

Misschien is het geen toeval dat het strijdperk zich juist naar de voetballerij heeft verlegd. In stadions wordt een wereldtaal gesproken, de taal van de sport. Voor iedere aardbewoner te begrijpen. Ook op het gebied van kunst tref je dergelijk internationalisme aan. Vincent van Gogh was een Nederlandse schilder, maar zijn beeldtaal spreekt net zo goed tot Canadezen, tot Chinezen, tot Chilenen.

Ik ben een voorstander van zulke wereldtalen. Niet uit haat tegen het Nederlands, maar uit liefde voor de mensheid, die elke flinter wederzijds begrip uitstekend kan gebruiken.

Maar de mens is koppig. Op het journaal zag ik gisteren een reportage over een initiatief om de Friese taal te incorporeren in Google Translate. Waarom. Wáár-om? Friesland is godverdomme een Nederlandse provincie, hou toch alsjeblieft op met je benepen taalnationalisme.

Ooit, tijdens een schoolreisje, verdwaalde ik samen met een vriend in de bossen rond het Limburgse plaatsje Wijlre. Toen we eindelijk een stukje bewoonde wereld bereikten, een dorp dat uit één straat bestond, kon niemand ons daar helpen. De bewoners spraken een onverstaanbaar dialect. Landgenoten waren we, elkaar begrijpen deden we niet.

Het gezin waarin ik opgroeide, bestond uit zowel autochtone Nederlandse kinderen, als halfbloedjes (mijn jongste zus en ik). Om die reden was de voertaal thuis Nederlands. Gevolg was dat ik mijn oma in Marokko – die overigens geen Marokkaans of standaard-Arabisch sprak, maar Berbers – nauwelijks kon verstaan. Familie waren we, elkaar begrijpen deden we niet.

Dit zijn twee ‘kleine’ voorbeelden van taalleed. Zoek je het op een iets groter niveau, dan kom je uit bij de bloedige strijd die Basken jarenlang voerden tegen de Spaanse ‘overheerser’. Taal kan tot schoonheid leiden en verbondenheid, maar net zo goed tot dood en verderf.

De verantwoordelijke voor al deze ellende is de bekende sadist God, zoals we kunnen lezen in Genesis 11, daar waar het over de toren van Babel gaat. De eensgezinde samenwerking van de mensen was ten einde toen God spraakverwarring zaaide.

Maar God is dood, en het ligt binnen ons bereik om zijn fouten te corrigeren.