Deze woorden niet meer in 2015 (1)

Mansplaining

Mansplaining. Ooit bedoeld om het gedrag van een bepááld soort mannen in een woord te vangen (één naam is hier cruciaal: Rebecca Solnit – de rest zoekt u zelf maar uit). Inmiddels uitgegroeid tot een containerbegrip voor elke gelegenheid waarbij een man iets uitlegt of een mening heeft.

Misschien heeft het woord mansplaining wel zo snel en gemakkelijk nietszeggend kunnen worden, omdat het een woord is dat slechts één kant van een tweezijdige medaille toont. Anders gezegd: zullen we ‘mansplaining’ even in de ijskast zetten totdat vrouwen – bepáálde vrouwen! – het groupieïsme, het gedweep met goeroes, het Connie Palmenisme en het gekleef aan oude-wijze-mannen hebben verworpen? Geen strijd zo lachwekkend als die tegen een misdaad waaraan men zelf medeplichtig is, nietwaar?

Wat is er trouwens zo verschrikkelijk aan mannen (of: mensen in het algemeen) die iets uitleggen? Het zal wel te maken hebben met de hedendaagse afkeer van alles wat naar kennis riekt. Mansplaining-in-de-verkeerde-want-veralgemeniseerde-betekenis: een woord dat goed gedijt in de legbatterij van het populisme. Leer mij niets. Kennis is vies.

(De hoogleraar Relatie- en Gezinstherapie bij wie ik afstudeerde, zei vaak: ‘Mensen proberen in relaties meestal elkáár te veranderen tot een evenbeeld van henzelf en worden ongelukkig als dat niet lukt. Ze zouden juist moeten kijken naar wat er anders is aan de ander, wat ze van hem of haar kunnen léren.’)

Degenen die het nog stééds niet begrepen hebben, zullen ook dit stukje als ‘mansplaining’ interpreteren. Dat die mensen maar lekker in hun eigen voorspelbare zoutzuur mogen oplossen. Maar ach, hoe kunnen ze ook weten dat mijn ghostwriter een vrouw is? Zo’n lekker moederlijk type: ze legt graag dingen uit.