Amsterdam-Centrum, vrijdag de 13e, juni 2014.

Ik heb vlees gekeken. Het kwam in pusbleke uitvoeringen, het werd geleverd in het schrijnende vaginaroze van overbezonning, ze toonden het in anusbruin en tatoeagegroen, het waaierde van tuberculeus tot nicotinair en alles was oranje. Zelfs het Heinekengroen in plakkerige klauwen kleurde oranje. Het vlees in al zijn hompen en kwabben, tevoorschijn kierend vanonder oranje T-shirts, bezaaid met wratten, bestriemd met striae. Puisten, abcessen, mee-eters. In Britse boxers bungelden tussen klamme baconbenen kleverige piemels, uitgeput van bierpis, van de prostituee die maar trekken bleef terwijl-ie niet wilde. Zo eerden zij onze driekleur: rooie ogen/witte pens/blauwe ballen. Ze waren met treinen gekomen, met vliegtuigen, ze kwamen uit muizenholen en molshopen, uit putten en kerkers, uit de provincie, en alles was oranje. Ik heb vlees gekeken dat glom van zweet en van zonnecrème. Ik heb tieten aanschouwd waaruit je, als je goed luisterde, de siliconen kon horen weglekken. Kinderen, huilend en lachend, veelal te dik, en alles was oranje. De zon maakte geen onderscheid, lichtte ieders obese koteletten even scherp uit. Rollades in spaghettihemdjes, albino’s in polo’s, lillend, lillend, lillend. Braadworstbruine benen marcheerden klotsend door de winkelstraten. En alles was oranje.

Geef een reactie